De aanvraag wordt beoordeeld op basis van de volgende informatie:
De beantwoording van de vragen in het veiligheidsplan;
Het karakter van de straat en de wijk waarin het bedrijf is gelegen of in zal komen te liggen;
de aard van het bedrijf;
de spanning waaraan het woon- en leefmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door exploitatie van het bedrijf;
de wijze van bedrijfsvoering van de beheerder(s) van het bedrijf in deze of andere inrichtingen;
de wijze van exploitatie van het bedrijf in het verleden, voor zover de exploitant en/of beheerder onveranderd is gebleven.
Meldingen uit het verleden
Meldingen van overlast in of in de directe omgeving van het bedrijf worden als volgt beoordeeld. Er dient te worden nagegaan of de gemelde overlast aan de wijze van exploiteren door de exploitant kan worden toegerekend. In de belangenafweging moet nader gemotiveerd worden in hoeverre het belang van de exploitant bij vergunningverlening opweegt tegen de ervaren overlast als gevolg van het exploiteren van het bedrijf. Er moet daarom inzicht worden gegeven hoe deze belangen tegen elkaar zijn afgewogen en hoe daarbij de aspecten van geluid, vervuiling, verkeers- en parkeerdruk zijn onderzocht en betrokken.
Overlast moet worden onderscheiden van “normale” redelijkerwijs te verwachten effecten van de bedrijfsvoering, zoals het op een normale manier komen en gaan van bezoekers.
Andere wet- en regelgeving
De aanvraag voor een vergunning in de zin van artikel 2:29b kan in strijd zijn met andere wet- en regelgeving. Dit is bijvoorbeeld het geval als het geldende bestemmingsplan of een verleende omgevingsvergunning voor een specifiek (horeca)perceel sluitingstijden bepaalt. Een vergunning op grond van artikel 2:29b biedt geen ontheffing van het bestemmingsplan of een verleende omgevingsvergunning. Zo ook bij ondergeschikte horeca vanwege de Winkeltijdenwet. Door middel van info op de website zal worden voorkomen dat een dergelijke aanvraag wordt gedaan. Indien alsnog een aanvraag wordt ingediend, zal deze worden geweigerd op grond van artikel 2:28c van de Algemene plaatselijke verordening.
Indien een para-commercieel rechtspersoon een aanvraag voor een vergunning in de zin van artikel 2:29b van de Algemene plaatselijke verordening aanvraagt zal gekeken worden naar de activiteiten van de stichting of vereniging. Dit betekent dat alleen een stichting of vereniging waarvan de activiteiten bijdragen aan het Haarlemse nachtleven in aanmerking komen voor een vergunning. De regels met betrekking tot openingstijden van de horeca bij para-commerciële rechtspersonen uit artikel 2:33 van de Algemene plaatselijke verordening blijven leidend.