Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2.25

Evenement

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening-Gemeente Westerveld

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een klein evenement indien: het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50 personen; het evenement tussen 09.00 en 00.30 uur plaats vindt; geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats tenzij dit geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; er een organisator is; de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een stille tocht of herdenkingstocht indien er een organisator is en deze binnen 10 werkdagen voorafgaand aan de tocht daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. In bijzondere gevallen kan deze meldingstermijn korter zijn. De burgemeester kan nadere regels stellen wanneer sprake is van een klein evenement waarvoor het verbod van het eerste lid niet van toepassing is, met inachtneming van lid 3, sub f. en g. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het derde of vierde lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel