In de beschikking tot toekenning van een individuele voorziening wordt ten minste aangegeven of de voorziening in natura wordt verleend of als pgb wordt verstrekt en op welke wijze bezwaar gemaakt kan worden.
Bij het verlenen van een voorziening in natura wordt in de beschikking tenminste vastgelegd:
welke voorziening wordt verleend;
welke zorgaanbieder de verleende voorziening gaat uitvoeren;
voor welke periode de voorziening verleend wordt;
welke doelen zijn opgesteld en welk resultaat of resultaten wordt/worden beoogd met de te verlenen voorziening;
hoe de voorziening wordt verleend, en indien van toepassing;
welke andere voorziening relevant zijn of kunnen zijn.
Bij het verlenen van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking ten minste vastgelegd:
voor welk(e) resultaat/resultaten het pgb wordt aangewend;
welke zorgaanbieder wordt aangewend voor het in te zetten pgb;
voor welke periode het pgb verstrekt wordt;
wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe gekomen is;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
wat de wijze van verantwoording is van de besteding van het pgb.