Na het melden van een hulpvraag, verzamelt het college, in overleg met de jeugdige of de ouder(s) de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.
De jeugdige of zijn ouder(s) verstrekken voorafgaand aan het gesprek aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouder(s) verstrekken in ieder geval desgevraagd een identificatiedocument ter inzage als bedoeld in artikel Ivan de Wet op de identificatieplicht.
In het gesprek of de gesprekken over de ondersteuningsvraag tussen de jeugdige, de ouder(s) en het college en eventueel andere professionals kan gesproken worden over:
de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de ondersteuningsvraag;
het gewenste resultaat van de in te zetten hulp;
het vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de ondersteuningsvraag te vinden;
de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;
de mogelijkheden om jeugdhulp te krijgen via een algemene voorziening;
de mogelijkheden om een individuele voorziening te verlenen;
de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen;
hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s) en;
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, conform artikel 9, waarbij de jeugdige of zijn ouder(s) in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Het college informeert de jeugdige of de ouder(s) over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen gerichte toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.
Het college en de jeugdige of de ouder(s) kunnen in overleg afzien van het gesprek.