**1..** De begroting is het opdrachtdocument van de raad aan het college en geeft aan wat raad en college komend jaar (T+1) willen bereiken, wat daarvoor wordt gedaan en wat dat mag kosten. De raad stelt met de begroting per programma, voor het betreffende begrotingsjaar, vast:
De beoogde doelen en maatschappelijke effecten, tevens uitgedrukt in indicatoren (wat)
De wijze waarop ernaar gestreefd wordt die effecten te bereiken (hoe)
De baten en lasten per programma (waarmee)
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves (waarmee)
**2..** De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per product. In afwijking daarop kan de raad een specifieke activiteit welke onderdeel is van een product, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. Het college en de raad kunnen gedurende het jaar de begroting wijzigen. De raad stelt begrotingswijzigingen vast.
**3..** De raad ziet erop toe dat de begroting voor het betreffende begrotingsjaar structureel en reëel in evenwicht is. Hiervan kan de raad afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht binnen de meerjarenraming tot stand wordt gebracht.
**4..** Bij het opstellen van de meerjarenraming is voor sommige posten nog niet te bepalen wat de omvang meerjarig is. In dat geval kan een stelpost opgenomen worden om er in het algemene begrotingsbeeld al rekening mee te houden. De feitelijke concretisering en toekenning vindt dan plaats in het betreffende begrotingsjaar.
**5..** De meerjarenbegroting bevat in ieder geval een stelpost voor loon- en prijsindexatie. Daarmee kunnen de stijgingen van prijzen en lonen voor de eigen organisatie, die van gesubsidieerde instellingen en verbonden partijen worden opgevangen.
De stelpost wordt voor de nieuwe jaarschijf (T+4) aangevuld met een ‘onttrekking uit het gemeentefonds’ welke is gebaseerd op een 20-jarig gemiddelde van de Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) en Loonvoet sector overheid.
De onttrekking voor looncompensatie voor het komende begrotingjaar (T+1) wordt in jaar T bepaald aan de hand van de CAO. Wanneer er nog geen nieuwe CAO is wordt de reservering gebaseerd op de percentages van het Centraal Planbureau.
Omdat er afwijkingen kunnen zitten tussen wat initeel is toegevoegd aan de stelpost en wat uiteindelijk daadwerkelijk nodig is wordt gewerkt met een egalisatiereserve loon- en prijscompensatie. Jaarlijks bij de jaarrekening wordt aan deze reserve onttrokken of gedoteerd. De maximale hoogte van de reserve is 10 miljoen euro, wat overeenkomt met 1 jaar loon- en prijscompensatie gebaseerd op een 20 jarig gemiddelde.
**6..** In de begroting is een post onvoorzien opgenomen. Deze wordt enkel ingezet voor het opvangen van tegenvallers in de algemene uitkering in het lopende begrotingsjaar. Voor zover deze tegenvallers zich niet voordoen wordt het bedrag van de post onvoorzien aan het eind van het jaar aan de algemene reserve toegevoegd, conform de oorspronkelijke intentie van ons spaarprogramma waaruit een uitname is gedaan voor deze post onvoorzien.
**7..** In de begroting is een paragraaf “investeringen” opgenomen waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke investeringskredieten door de raad zijn geautoriseerd en welke nieuwe investeringskredieten zijn beoogd. Belangrijke investeringen binnen de begrotingsprogramma’s worden inhoudelijk toegelicht. Voor investeringen gelden de volgende kaders:
Bij nieuwe investeringen wordt per investering het benodigde investeringskrediet getoond.
Aangegeven wordt voor welke nieuwe investeringen op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet aan de raad wordt voorgelegd. De overige investeringen worden bij de begrotingsbehandeling geautoriseerd.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel aan de raad voor met daarin een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet. Bij investeringen informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de financiële positie van de gemeente.
Investeringskredieten vervallen na 4 jaren tenzij anders benoemd in het raadsbesluit.
Verschuiving tussen jaarschijven bij een meerjarig investeringsbudget zijn toegestaan, mits aannemelijk is dat het totaal van de uitgaven binnen het budget blijven. Dit wordt toegelicht in de jaarrekening. Bij dreigende overschrijding van het meerjarig budget doet het college voorstellen voor wijziging van geautoriseerde investeringskredieten op grond van geactualiseerde ramingen. Bij grondexploitaties gebeurt dit bij de jaarlijkse actualisatie van het MeerjarenPerspectief Grondbedrijf (MPG).