Ieder lid kan aan het college of de burgemeester schriftelijke vragen stellen. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen van een toelichting worden voorzien.
De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht.
De beantwoording vindt schriftelijk plaats, zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad medegedeeld.
Indien aan de vragensteller binnen 30 dagen na binnenkomst van de vragen geen antwoord is gegeven, kan hij kiezen voor mondelinge beantwoording in de eerstvolgende reguliere raadsvergadering door tijdige melding bij de voorzitter van de raad.
De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende reguliere raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, indien tenminste 8 leden van de raad daarmee instemmen.
Het bepaalde in de leden 1 t/m 5 geldt ook voor de fractiemedewerkers, met dien verstande dat schriftelijke vragen van fractiemedewerkers worden ingediend door tussenkomst van de fractievoorzitter. Onder ‘vragensteller’ in de leden 5 en 6 wordt ook begrepen de fractievoorzitter van de partij waarvan de fractiemedewerker vragen heeft gesteld als bedoeld onder lid 1.
HOOFDSTUK 3
Artikel 33
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Gemeente Heerlen - Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2023