Artikel 2.1. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden, in gevallen waarvan dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald. De omgevingsvergunning moet worden geweigerd als het werk of de werkzaamheid in strijd is met de bepalingen of met de ruimtelijke regels.
In verschillende bestemmingsplannen binnen de gemeente Landsmeer is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren. Welke werken en werkzaamheden het betreft is afhankelijk van het bestemmingsplan. Gedacht moet worden aan de volgende werken en werkzaamheden:
het afgraven of ophogen van gronden;
het egaliseren van gronden;
het planten van diepgewortelde beplanting;
het scheuren van grasland;
het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren, uitdiepen, dempen, graven en / of verleggen van waterlopen;
het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiing, kaden of aanlegplaatsen;
het bebossen van gronden;
het aanbrengen / aanleggen van oppervlakteverhardingen;
het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of communicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
In ieder bestemmingsplan met dit soort regels zijn ook uitzonderingen op het verbod geformuleerd. Een vergunning is bijvoorbeeld niet vereist als:
het normale onderhoud, gebruik en beheer van agrarische gronden betreft;
het werken en werkzaamheden betreft die in de agrarische bedrijfsvoering van geringe omvang en ondergeschikte betekenis zijn;
de werken en werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de realisering van een bouwwerk waarvoor vergunning is verleend op het moment dat het bestemmingsplan van kracht wordt.
Centrale vraag
Welke werkzaamheden worden op welk niveau beoordeeld?
Strategie
Er is een methodiek opgezet naar analogie van de activiteit (ver)bouwen van een bouwwerk.
Werkzaamheidtypologie
De intensiteit van beoordelen wordt allereerst afhankelijk gesteld van het type werkzaamheid. Per type werkzaamheid is apart beleid geformuleerd ten aanzien van de toetsing. De volgende type werkzaamheden worden onderscheiden:
Tabel 13. werkzaamheidtypologie
A.
NAAM TYPE / CATEGORIE
OMSCHRIJVING
1
Infrastructuur
Verharden of aanleggen van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; aanbrengen leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
2
Terreinen
Aanleggen opslag-, stort- en bergplaatsen; aanleggen of inrichten van sport-, wedstrijd- en speelterreinen.
3
Bodem en reliëf
Afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren, trekken van veenmos, verwijderen rietkragen.
4
Waterhuishouding
Aanbrengen of aanleggen van kaden, dammen, drainagesystemen, beschoeiingen, aanlegplaatsen; het wijzigen van het profiel van bestaande wateren, het graven van wateren
5
Beplantingen
Planten bomen, struiken en / of andere beplantingen
6
Overige voorzieningen
Aanleggen dijken, aanleggen boor- en pompputten, opslag, aanleggen constructies voor afvalverwerking
Thema’s wet- en regelgeving
De intensiteit van toetsing wordt ook afhankelijk gesteld van de onderdelen van de werkzaamheid (thema’s uit wet- en regelgeving), die in het geding zijn. In combinatie met vooral het type werkzaamheid wordt de mate van belangrijkheid van de verschillende thema’s beoordeeld. De volgende thema’s worden onderscheiden:
Tabel 14. Thema’s wet- en regelgeving
B.
THEMA
TOELICHTING
1.
Levensgemeenschappen
Bescherming van landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden en leefgebieden op grond van de Natuurbeschermingswet 1998
2.
Flora en fauna
Soortenbescherming
3.
Bestemmingen
Geen onevenredige belemmering van aangewezen bestemmingen
Werkniveaus
De intensiteit of zwaarte van de toetsing wordt afhankelijk gesteld van ingeschatte risico’s (thema naar type werkzaamheid). Het beleid bestaat uit overeenstemming over de diepgang waarop werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Er wordt gewerkt met vooraf gedefinieerde werkniveaus. Deze zijn overgenomen van de activiteit (ver)bouwen.
Risicoanalyse
Aan het opstellen van de regels in het bestemmingsplan of beheersverordening ligt een gebiedsanalyse ten grondslag, die kan worden beschouwd als risicoanalyse.
Beleid
De gebieds- i.c. risicoanalyse heeft geleid tot specifieke regels in de bestemmingsplannen of beheersverordeningen. Het beoordelen van deze regels vraagt bij ieder werk in de gebieden waar het stelsel van toepassing is maatwerk. Vandaar dat de beoordeling van werkzaamheden op het hoogste niveau (integraal) moet worden getoetst. Dit leidt tot de volgende matrix:
Tabel 15. Toetsingsmatrix
TOETSINGSMATRIX
LEVENSGEMEENSCAPPEN
FLORA EN FAUNA
BESTEMMINGEN
Infrastructuur
4
4
4
Terreinen
4
4
4
Bodem en reliëf
4
4
4
Waterhuishouding
4
4
4
Beplantingen
4
4
4
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.5
Artikel 5.5.2
Activiteit het uitvoeren van een werk (artikel 2.1b, 2.11)
Onderdeel van Wabobeleidsplan gemeente Landsmeer 2020