Artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) stelt dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat het aanleggen van een weg of pad betreft zoals vastgelegd in een provinciale of gemeentelijke verordening. Vervolgens stelt artikel 2.18: de omgevingsvergunning moet worden geweigerd indien het aanleggen of wijzigen niet voldoet aan de gronden gesteld in de desbetreffende verordening.
Inleiding
In artikel 2:11 lid 1 van de Algemene plaatselijke verordening staat vermeld dat het verboden is zonder vergunning een weg aan te leggen, de verharding van de weg op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. In lid 2 staat vermeld dat deze vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning indien de activiteiten verboden zijn bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit.
Centrale vraag
Hoe worden aanvragen voor aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg beoordeeld?
Strategie
Bij de beoordeling van een aanvraag zijn de algemene weigeringsgronden genoemd in artikel 1:8 van de Algemene plaatselijke verordening van toepassing.
Beleid
Een vergunning wordt geweigerd in het belang van:
De openbare orde.
De openbare veiligheid.
De volksgezondheid.
De bescherming van het milieu.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.5
Artikel 5.5.5
Activiteit het aanleggen, beschadigen of wijzigen van een weg (artikel 2.2d, 2.18)
Onderdeel van Wabobeleidsplan gemeente Landsmeer 2020