Strategie
Het antwoord op deze vraag is onderwerp geweest van een landelijk project, namelijk het project Toezicht protocol. Dit project is een initiatief van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland. Het Toezicht protocol zorgt voor een uniforme en transparante werkwijze bij het houden van toezicht op (ver)bouwactiviteiten. Dit project sluit aan bij de visie van de gemeente Landsmeer op het inspecteren van (ver)bouwactiviteiten. Het Wabobeleidsplan maakt gebruik van onderdelen van de ontwikkelde methodiek, en wel als volgt:
In het Toezicht protocol wordt uitgegaan van een andere bouwwerktypologie dan in het project CKB. Er wordt uitgegaan van enkele gebouwfuncties in combinatie met enkele bouwsomklassen. In het Wabobeleidsplan wordt in verband met het ketengericht werken de bouwwerktypologie van de aanvraag voor het (ver)bouwen van bouwwerken voor het toezicht overgenomen. Hierdoor zijn geen verschillen waarneembaar ten opzichte van het Bouwbeleidsplan.
Het Wabobeleidsplan neemt de werkniveaus van het Toezicht protocol over. Ten opzichte van het Bouwbeleidsplan zijn geen wijzigingen doorgevoerd.
Ten behoeve van het Wabobeleidsplan is een eigen methodiek ontwikkeld om het aantal controles te bepalen. De uitkomsten van het landelijke protocol ten aanzien van de controlefrequentie worden als te algemeen beschouwd. Ten opzichte van het Bouwbeleidsplan zijn geen wijzigingen doorgevoerd.
Het Wabobeleidsplan neemt ook de factor locatie als een invalshoek voor het beleid. Deze ontbreekt in het Toezicht protocol. Tevens wordt in het protocol geen aandacht besteed aan thema’s als ruimtelijke en esthetische inpasbaarheid.
Bouwwerktypologie
De intensiteit van toezicht wordt allereerst afhankelijk gesteld van het type bouwwerk. Hierbij wordt aangesloten bij de bouwwerktypologie van de toetsing van de vergunningsaanvraag. Hierdoor is afstemming mogelijk tussen de vergunningverlening en inspectie. Per type bouwwerk is apart beleid geformuleerd ten aanzien van het toezicht.
Thema’s wet- en regelgeving
De intensiteit van toezicht wordt ook afhankelijk gesteld van de onderdelen van het bouwwerk (thema’s uit wet- en regelgeving), die in het geding zijn. Ook ten aanzien van de thema’s wordt aangesloten bij de indeling van de toetsing van de vergunningsaanvraag. In combinatie met vooral het type bouwwerk wordt de mate van belangrijkheid van de verschillende thema’s beoordeeld.
Werkniveaus
De intensiteit of zwaarte van toezicht wordt afhankelijk gesteld van ingeschatte risico’s (thema naar type bouwwerk) en het geformuleerde toetsniveau. Het beleid bestaat uit overeenstemming over de diepgang waarop werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Er wordt gewerkt met vooraf gedefinieerde werkniveaus. Deze zijn afgeleid van het landelijke project Toezicht protocol, zie tabel A.
Bouwfasen
Een bouwwerk wordt in een aantal fasen gerealiseerd. Aandacht voor bepaalde thema’s uit wet- en regelgeving kunnen alleen in bepaalde fasen worden gecontroleerd. In het beleid wordt dan ook rekening gehouden met de fasen. In tabel B zijn de bouwfasen onderscheiden.
Beleid
Op basis van de zojuist genoemde beleidsonderdelen is per type bouwwerk het aantal controles, de te controleren onderdelen en de controlediepgang bepaald. Deze zijn terug te vinden in de toezichtprotocollen. Zij zijn samengevat in de volgende twee tabellen. Het werkniveau van toezicht betreft het aanvangsniveau. Het principe dat is gekoppeld aan de werkniveaus is het principe van ‘opbouwen van vertrouwen’ zoals reeds eerder uiteengezet. De 1e tabel is gesorteerd naar type bouwwerken en thema’s met de hoogste score. In de 2e tabel zijn per type bouwwerk de controlefasen en de controlefrequentie weergegeven.
Tabel 21. Werkniveaus
A
Werkniveau
Omschrijving
Voorbeelden
4
Integraal
Beoordeling van alle onderdelen op detailniveau. Op het oog en met de benodigde hulpmiddelen worden controles tot op detailniveau uitgevoerd. Alle projectspecifieke tekeningen en detailtekeningen worden geraadpleegd.
Ieder constructieonderdeel wordt gedetailleerd gecontroleerd op de aangebrachte wapening met behulp van gedetailleerde wapeningstekeningen.
3
Representatief
Beoordeling op hoofdlijnen en kenmerkende details, op het oog en met eenvoudige hulpmiddelen worden elementaire controles uitgevoerd. Daarnaast worden enkele kritische detailleringen in detail beoordeeld. Er worden algemene projectspecifieke tekeningen geraadpleegd en detailtekeningen van kritische detailleringen.
Naast een controle op niveau 2 wordt een detailcontrole uitgevoerd op enkele kritische constructiedelen. Zo kan alleen de wapening in de hoekkolom worden gecontroleerd. Hierbij wordt de wapeningstekening van de hoekkolom nagelopen op een correcte uitvoering met zo nodig gebruik van een meetlat.
2
Basis
Beoordeling op hoofdlijnen, op het oog en met eenvoudige hulpmiddelen worden elementaire controles uitgevoerd. Er worden alleen algemene projectspecifieke tekeningen geraadpleegd. Bij twijfel vindt raadpleging van detailtekeningen plaats.
Op algemeen constructief inzicht wordt de aangebrachte wapening gecontroleerd aan de hand van vragen als “is het juiste basisnet toegepast?”, “roept de verankeringslengte van de wapening gerelateerd aan de staafdiameter vragen op?”, “zit er vuil in de kist?”.
1
Beperkt
Visuele controle, een vluchtige beoordeling op het oog op basis van kennis en ervaring zonder projectspecifieke tekeningen of details te raadplegen en of hulpmiddelen (bijvoorbeeld meetlat) te gebruiken.
Er wordt alleen gekeken of er wapening in de gestelde kist zit.
0
Geen
Er vindt geen inspectieplaats
Tabel 22. Fase
B
Fase
1.
Aanloop (t/m ontgraven, damwanden e.d.)
2.
Onderbouw (t/m begane grond vloer)
3.
Bovenbouw (tot dak)
4.
Gevel / dak
5.
Afbouw
6.
Vooroplevering
7.
Oplevering
Het toezichtniveau heeft een bepaalde relatie met het werkniveau van de toetsmatrix aanvraag omgevingsvergunning activiteit (ver)bouwen. Toetsniveau 4 wordt op controleniveau 3 afgehandeld, toetsniveau 3 en 2 worden op controleniveau 2 afgehandeld en toetsniveau 1 wordt niet gecontroleerd of op controleniveau 1 bekeken. Bij het thema brandveiligheid is op de zojuist genoemde regel een uitzondering gemaakt (zie tabel 23).
In de toezichtmatrix is een vergelijking gemaakt tussen het voorgestelde gemeentelijke niveau en het landelijke collectieve ambtelijke niveau. De rode cellen geven aan waar de gemeente minder intensief controleert dan landelijk, de groene cellen geven aan waar de gemeente juist intensiever controleert. Bij de gele is het werkniveau gelijk. Op landelijk niveau zijn geen uitspraken gedaan over de thema’s ruimtelijke inpassing, esthetische inpassing en bodem. Deze kolommen hebben dan ook geen kleur (zie tabel 24).
Tabel 24. Toezichtmatrix aantal controles
Toezichtmatrix 2 (kwantitatief programma = aantal controles)
Aanloop
Onderbouw
Bovenbouw
Gevel / dak
Afbouw
Vooroplevering
Oplevering
Totaal
Nieuw- en verbouw woon- / logiesgebouw
3
4
8
2
1
1
1
20
Overige nieuw- en verbouw publiekstoegankelijke bouwwerken en kantoren
3
4
8
2
1
1
1
20
Nieuwbouw grondgebonden woningen
1
1
1
0
1
0
1
5
Nieuw- en verbouw overige industrie
1
6
0
0
1
0
1
9
Kleinschalige nieuw- en verbouw publiektoegankelijke bouwwerken en kantoren
0
0
0
0
1
0
1
2
Nieuw- en verbouw lichte industrie
1
3
0
0
0
0
1
5
Vrijstaand bijgebouw bij woonfunctie
0
0
0
0
0
0
1
1
Veranderen en vergroten van een woonfunctie
0
0
0
1
0
0
1
2
Kleine bouwwerken geen gebouw zijnde
0
0
0
0
0
0
1
1
Grote bouwwerken geen gebouw zijnde
2
4
0
0
1
0
1
8
Toelichting:
Per type bouwwerk is het aantal controles per bouwfase af te lezen. Zo kent een nieuw- en verbouw van een woon- of logiesgebouw gemiddeld 20 inspecties, waarbij drie controles in de aanloopfase, vier inspecties in de onderbouw etc.
Deze controles zijn inclusief eventuele overleggen en besprekingen zoals een heioverleg.
Bij bepaalde type bouwwerken is in het toezicht protocol vooroverleg start bouw opgenomen. Dit vooroverleg is niet als een controle beschouwd.
Tabel 23. Toezichtmatrix diepgang van toetsing
De gemeente Landsmeer besteedt aan veel technische onderdelen / thema’s, die volgens wet- en regelgeving van toepassing zijn, aandacht. Er is een duidelijk verschil in aandacht waar te nemen tussen de verschillende bouwwerkcategorieën:
Bij nieuw- en verbouw van woon- en logiesgebouwen en overige nieuw- en verbouw van publiekstoegankelijke bouwwerken en kantoren worden veel thema’s minimaal op niveau 2 beoordeeld. Niveau 2 betekent: beoordeling op hoofdlijnen; op het oog en met eenvoudige hulpmiddelen worden elementaire controles uitgevoerd; er worden alleen algemene projectspecifieke tekeningen geraadpleegd; bij twijfel vindt raadpleging van detailtekeningen plaats. De thema’s watervoorziening en beperking invloed schadelijke stoffen worden niet beoordeeld.
Bij nieuwbouw van grondgebonden woningen en het veranderen / vergroten van de woonfunctie worden nog steeds relatief veel thema’s bekeken. Een aantal thema’s wordt op een lager niveau geïnspecteerd dan de bouwwerken bij het vorige punt. Het betreft dan brandveiligheid en constructieve veiligheid. Meer thema’s worden ten opzichte van de bouwwerken bij het vorige punt niet geïnspecteerd: toegankelijkheid, sociale veiligheid en opstelplaatsen.
Bij alle overige bouwwerkcategorieën concentreert zich de aandacht op ruimtelijke en esthetische inpasbaarheid, bodem en veiligheid. Op de overige thema’s vindt in het algemeen beperkt toezicht plaats. De thema’s ventilatie en ruimten vormen hierop een uitzondering.
Ten aanzien van de thema’s kan worden geconcludeerd dat de kernbepalingen bestaan uit:
Ruimtelijke inpassing, esthetische inpassing en bodem: zij worden altijd op niveau 3 beoordeeld.
Brand-, gebruiks- en constructieve veiligheid: zij worden bij zeker 8 van de 10 bouwwerkcategorieën minimaal op niveau 2 beoordeeld.
Ventilatie, ruimten, vocht., geluid en afvalwater & riolering : zij worden bij zeker 4 van de 10 bouwwerkcategorieën minimaal op niveau 2 beoordeeld.
De meeste controles vinden plaats in de fasen als aan het casco wordt gewerkt. Zodra het casco wind- en waterdicht is neemt het aantal controles af. Vooral bij woongebouwen en overige nieuw- en verbouw van publiekstoegankelijke bouwwerken en kantoren is sprake van een relatief hoge controlefrequentie. Bij nieuwbouw van grondgebonden woningen, nieuw- en verbouw van industrie en grotere bouwwerken geen gebouw zijnde ligt het aantal controles veel lager: 5 à 9. Bij de overige type bouwwerken is het aantal controles zeer beperkt: 1 à 2.
De toezichtmatrixen worden gebruikt als uitgangspunt voor de buitendienstinspecteur. In de praktijk kan het voorkomen dat de toezichthouder op basis van eigen kennis en ervaring gemotiveerd afwijkt.
Het toezichtbeleid wordt geflankeerd door aanvullend beleid. In dit verband wordt in het bijzonder gewezen op enkele aspecten:
Naar aanleiding van het toezichtbeleid is aanvullend beleid ontwikkeld voor handhaving bij bouwen in afwijking van de vergunning. Naarmate het inspectieniveau hoger wordt, wordt strenger opgetreden bij afwijkingen.
Bij bepaalde type bouwwerken wordt vooroverleg, alvorens de uitvoerende werkzaamheden starten, standaard.
Er is beleid ontwikkeld in het kader van toezicht omgevingsveiligheid.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.1.
Artikel 7.1.2
Bouwtechnische inspecties
Onderdeel van Wabobeleidsplan gemeente Landsmeer 2020