Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9. › Paragraaf 9.1

Artikel 9.1.7

Strafrechtelijke maatregelen

Onderdeel van Wabobeleidsplan gemeente Landsmeer 2020

Bestuursrechtelijk handhaven is primair gericht op het doen opheffen dan wel voorkomen van de overtreding. De instrumenten van het bestuursrechtelijk optreden zijn vooral toegesneden op het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van de overtreding en op het herstel van de situatie. Kortom op het wegnemen van de overlast of aantasting en het alsnog aanbrengen van voorzieningen. Strafrechtelijk handhaven is primair gericht op het straffen van de overtreder. De instrumenten van het strafrecht zijn vooral toegesneden op het straffen van de overtreder en op het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel. De eventuele buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente en de politie kan al dan niet in overleg met het Openbaar Ministerie (OM) een proces-verbaal opmaken. Vervolgens kan het OM stappen ondernemen (bijvoorbeeld bevelen/vorderen van een voorlopige maatregel en/of het vorderen van een passende eis ter zitting) om de situatie te doen ophouden. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties sluiten elkaar niet uit. Veel overtredingen zijn niet alleen bestuurlijk aan te pakken, maar ook strafbaar gesteld. Het uitgangspunt is om handhaving zoveel mogelijk in de bestuurlijke hand te houden. Principieel is het strafrecht immers een "ultimum remedium", maar ook praktisch lijkt het wenselijker om de normconforme situatie na te streven door bestuurlijke dwang in enige vorm: dat leidt in meest directe zin tot het gewenste nalevingsresultaat. Een uitzondering hierop vormen eventuele buitengewoon opsporingsambtenaren, die via het strafrechtelijke spoor direct of indirect boetes kunnen opleggen. Ook bij onomkeerbare situaties kan een strafrechtelijke aanpak de voorkeur genieten. Het is dan vaak de enige remedie om de overtreder te straffen.

Rechtspraak bij dit artikel