Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.

Artikel 3.2.4.

Opstelruimte op het eigen terrein

Onderdeel van Beleidsnotitie uitgifte parkeerplaatsen gehandicapten

Opstelruimte voor voertuigen in de openbare ruimte is beperkt. De autonome groei van het autobezit en de wens om steeds langer (auto)mobiel te blijven, leidt tot een steeds grotere druk op deze ruimte. Daarom wordt terughoudend omgegaan met het toewijzen ervan aan derden. Iedere aanvraag om het toewijzen van openbare ruimte voor het opstellen van een parkeerruimte wordt getoetst of er een noodzaak bestaat om gebruik te maken van de openbare ruimte c.q. openbare ruimte toe te wijzen. Bij de behandeling van een aanvraag wordt de noodzaak van het toewijzen van openbare ruimte beoordeeld. Kan een bestuurder: Beschikken over opstelruimte op eigen- of gehuurd terrein opstelruimte beschikbaar is; Opstelruimte realiseren in gebouwde ruimte die wordt gehuurd- of redelijkerwijs kan worden gehuurd (garagebox of parkeergelegenheid bij appartement); Gebruik maken van de mogelijkheden binnen het inrittenbeleid om potentiële opstelruimte voor een voertuig te ontsluiten naar de openbare weg, wordt geacht dat deze ruimte geschikt wordt gemaakt voor het voertuig dat wordt gebruikt; Beschikken over opstelruimte, maar wordt die vooralsnog voor een ander doel gebruikt, wordt dit geacht een persoonlijke keuze te zijn van de betrokkene die mag niet leiden tot een beperking van het gebruik van de openbare weg.

Rechtspraak bij dit artikel