In artikel 10 van de Verordening zijn de voorwaarden voor het persoonsgebonden budget vastgelegd, ter beoordeling aan het college. Het college moet zich bij het toekennen van een persoonsgebonden budget ervan overtuigen dat voldaan wordt aan de voorwaarden. Aan alle voorwaarden moet stuk voor stuk worden voldaan. Desgevraagd verschaft de jeugdige en/of zijn ouder(s) de daarvoor noodzakelijke inlichtingen of gegevens en verleent zijn medewerking aan het onderzoek.
Het college verstrekt een pgb aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
De jeugdige en/of zijn ouder(s) kunnen overtuigend inhoudelijk motiveren dat de door het college gecontracteerde individuele jeugdhulpvoorzieningen niet passend zijn in hun specifieke situatie. Belangrijke motieven om te kiezen voor een pgb in plaats van zorg in natura kunnen zijn;
Keuze voor regie op de levering van de hulp;
Keuze voor een pgb uit noodzaak omdat de gewenste hulp niet leverbaar is in zorg in natura;
De aanvrager wil informele zorg betalen uit pgb.
De motivatie voor een pgb wordt opgenomen in het pgb plan. In het pgb plan wordt ook opgenomen op welke wijze de jeugdige en/of zijn ouder(s) de jeugdhulp willen organiseren, op welke wijze en wanneer de doelen uit het pgb plan worden behaald. Ook wordt in het pgb plan opgenomen bij wie de hulp wordt ingekocht, hoe de kwaliteit is gewaarborgd en tenslotte is ook een financieel overzicht opgenomen.
De volgende contra-indicaties voor het adequaat beheren van een pgb zijn van toepassing:
Er is sprake van problematische schuldenproblematiek bij de aanvrager. Dit kan worden opgelost als de zaak onder beheer valt van een bewindvoerder, curator of mentor. De wettelijke vertegenwoordiger mag niet de hulpverlener zijn.
Er is sprake van ernstige verslavingsproblematiek;
Er is sprake van aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag;
Er is sprake van een aanmerkelijke verstandelijke beperking;
Er is sprake van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld;
Er is sprake van een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis;
Er is sprake van het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift;
Er zijn twijfels op overige gronden over de pgb-vaardigheid;
Als de uitvoerder van de ondersteuning in dienst is van de aanbieder die met het pgb wordt ingekocht. Tenzij hier door de gemeente een uitzondering voor wordt gemaakt. Dit hangt af van de situatie van de cliënt of jeugdige.
Een budgethouder kan niet tegelijkertijd ook zorgverlener zijn.