Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.6

Onderscheid formele en informele hulp

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp 2023 Rijswijk

Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep. De hulp wordt dan verleend door een jeugdhulpaanbieder of door een zelfstandige jeugdhulpverlener (ZZP-er), die onder toezicht staan van de in de Jeugdwet aangewezen inspecties. Wanneer de hulpverlener een bloed- of aanverwant is in de 1e of 2e graad, is er altijd sprake van informele hulp. Ook al gaat het om een hulpverlener die bijvoorbeeld BIG-geregistreerd is. De achtergrond daarvan is dat ook familieleden met een zorggerelateerd beroep of -opleiding in eerste instantie een affectieve relatie hebben met de budgethouder en derhalve objectiviteit lastiger te garanderen is. Van een ouder of ander ondergenoemd familielid kan niet verwacht worden objectieve zorg in te zetten. Bloedverwantschap ontstaat door: Geboorte; Afstamming van dezelfde voorvader; Erkenning; Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap; Adoptie. Bloedverwanten zijn in de: Eerste graad: (Adoptie)ouders; (Adoptie)kinderen. Tweede graad: Grootouders; Kleinkinderen; Broers en zussen. Dus onder eerste en tweede graad bloedverwanten van de jeugdige wordt verstaan: Ouders; Broers/ zussen; Grootouders; Ooms en tantes.

Rechtspraak bij dit artikel