**1..** De leden van de raad en de leden van het college en de burgemeester spreken ieder vanaf het voor hen bestemde spreekgestoelte, tenzij de voorzitter toestaat dat van een andere plaats wordt gesproken. Zij richten zich tot de voorzitter.
**2..** Een lid van de raad voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben.
**3..** De voorzitter verleent het woord als eerste aan de fracties die een of meerdere amendementen en/of moties indienen.
**4..** De beraadslaging over een voorstel of onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
**5..** Een lid mag met uitzondering van interrupties in één termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren, tenzij de raad anders beslist.
Hoofdstuk 4:
Artikel 21:
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde van de gemeenteraad van Vlaardingen 2023