De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 15
Intrekken van de omgevingsvergunning
Onderdeel van Verordening erfgoed gemeente Utrecht