Naar hoofdinhoud
1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. Aanvrager: Perso(o)n(en) uit een huishouden die een aanvraag op grond van deze beleidsregel indient en diens partner met wie sprake is van een gezamenlijke huishouding als opgenomen in artikel 3 leden 1, 2, 3 en 4 van de wet. b. Bijstandsnorm: De bijstandsnormen zoals opgenomen in de artikelen 21 en 22 van de wet zijn van toepassing, Voor de belanghebbenden van 18, 19 en 20 jaar, zoals opgenomen in artikel 20 van de wet zijn de normen als genoemd in artikel 21 van de wet van toepassing. Afwijkend van de bijstandsnorm zoals genoemd in onderdeel b van dit artikel, is de bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag. Het inkomen wordt vermeerderd met het fictieve bedrag behorend bij de toepassing van de kostendelersnorm. c. College: Het college van Burgemeester en Wethouders. d. Energietoeslag: De ambtshalve uitbetaalde tegemoetkoming op grond van het Wijzigingsbesluit energietoeslag in 2023 voor gestegen energielasten op grond van artikel 35, vierde lid van de wet en de in 2023 uit te keren energietoeslag op basis van de nog vast te stellen Wet energietoeslag 2023. e. Huishouden: De alleenstaande, alleenstaande ouder, de gehuwde of daarmee gelijkgestelde wanneer aanwezig inclusief de ten laste komende kinderen, waarvan de leden gezamenlijk op één adres in een (on)zelfstandige woning wonen; f. Inkomen: Het inkomen exclusief vakantietoeslag, kindgebonden budget, huurtoeslag, zorgtoeslag, alleenstaande ouderkop zoals opgenomen in het rekenmodel in de bijlage; g. Kosten: De noodzakelijke uitgaven voor de algemene kosten van bestaan van een huishouden zoals is opgenomen in het rekenmodel. h. Kostendelersnorm: De bijstandsnorm zoals opgenomen in artikel 22a van de wet. i. Noodfonds Bestaanszekerheid 2023: Een tegemoetkoming op grond van deze beleidsregel. j. Onzelfstandige woning met gedeelde voorzieningen: Een wooneenheid die geen zelfstandige toegang heeft tot de openbare weg of waarvan de wezenlijke voorzieningen worden gedeeld met één of meer andere huishoudens; k. Peildatum: De datum waarop de aanvraag is ingediend. l. Referteperiode: De periode van 3 maanden voorafgaande aan de aanvraag. Bij een ondernemer geldt het laatste volledige kwartaal als referteperiode. m. Rekenmodel noodfonds: Het model dat is opgenomen in bijlage 1, ook wel rekenmodel genoemd. n. Student: De persoon die jonger is dan 27 jaar en aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000. o. Tekort: De uitkomst van de inkomsten minus de kosten zoals opgenomen in het rekenmodel. p. Vermogen: Het in aanmerking te nemen vermogen van de aanvrager is het meerdere van 1,5 maal het maandelijks berekend inkomen; q. Voorliggende voorzieningen: Financiële regelingen waarop het huishouden aanspraak kan maken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. r. Wet: de Participatiewet. s. Zelfstandige woning: Een woning als bedoeld in artikel 234 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek waarvan de wezenlijke voorzieningen niet mede worden gebruikt door een ander huishouden. 2. . De inhoud van de in deze beleidsregel gebruikte begrippen is gelijkluidend aan die in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht, tenzij daarvan expliciet is afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel