Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening Breda 2022

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (activiteit monumenten) van het college of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorwaarden: een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op: de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het beschermde monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van erfgoedzorg zonder betekenis is; het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; doen van begravingen of asbijzettingen, of ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. 3.. Het verbod. als bedoeld in artikel 12 en de vergunningplicht, als bedoeld in het eerste lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden aan dat gemeentelijk monument dienen te worden uitgevoerd. Het college kan de erfgoedcommissie advies vragen met betrekking tot deze nadere regels. 4.. Het verbod en de vergunningsplicht als bedoeld in het tweede lid gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel