Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 16

Instandhoudingbepaling archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied

Onderdeel van Erfgoedverordening Breda 2022

1.. Het is verboden, in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder h, dan wel in een terrein met een hoge, middelhoge of lage archeologische verwachting op de Beleidsadvieskaart archeologie, de bodem te verstoren. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de Beleidsadvieskaart Breda‟s Erfgoed, en waarbij die verstoring plaatsvindt: in een gebied met lage archeologische verwachting en het te verstoren gebied kleiner is dan 50.000 m2 en de ingreep niet MER-plichtig is, of in een gebied met een hoge of middelhoge archeologische verwachting waarbij het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2 en de bodem niet dieper dan 30 centimeter word verstoord, of; in het geldend bestemmings- of omgevingsplan bepalingen zijn opgenomen en van toepassing zijn omtrent archeologische erfgoedzorg, of; een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of, de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of, in het geheel geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die kunnen leiden tot een verstoring van een archeologisch gemeentelijk monument of waardevol gebied.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel