Het zich kunnen verplaatsen is van belang bij zelfstandige maatschappelijke participatie. Dit resultaat richt zich met name op het sociaal, recreatief vervoer. Voor woon-werkverkeer of vervoer van/naar school is een voorziening vanuit het UWV voorliggend.
De bijdrage van de gemeente beperkt zich tot het verplaatsen per vervoermiddel in de eigen woon- en leefomgeving. Hier kan van worden afgeweken indien het van essentieel belang is voor de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de cliënt en er geen andere oplossingen beschikbaar zijn.
Om voor een maatwerkvoorziening in aanmerking te komen zal het college eerst nagaan of alle mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Hierin wordt ook afgewogen of de cliënt nog leerbaar is om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Ook algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen een oplossing zijn zoals een fiets of tandem met trapondersteuning, een bakfiets en dergelijke.
Algemene voorzieningen zoals de wijkbus of een collectieve maatwerkvoorziening (aanvullend openbaar vervoer) gaan voor op een individuele maatwerkvoorziening.
Er wordt geen onbeperkte kosteloze vervoermogelijkheid aangeboden. Immers ook een persoon zonder beperkingen moet voor vervoer kosten maken.
Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere situatie op vervoersgebied dan daarvoor (men heeft bijvoorbeeld al een auto en is gewend daarmee in de vervoersbehoefte te voorzien) is er geen noodzaak tot het bieden van een oplossing. Dat kan anders zijn indien door het optreden van de beperkingen ook het inkomen daalt en daardoor de algemeen gebruikelijke voorziening niet meer betaald kan worden (op dat moment kan het niet meer als algemeen gebruikelijke voorziening worden beschouwd).
Voor sociaal, recreatief vervoer geldt het primaat van het aanvullend openbaar vervoer (AOV). Alleen wanneer is vastgesteld dat deze voorziening om medische of sociale redenen ongeschikt is, kan van dit primaat worden afgeweken. Het AOV is bedoeld voor de vervoersdoeleinden binnen een straal van 23 km van het huisadres.
Wanneer een cliënt wegens medische beperkingen niet in staat is om alleen te reizen, kan een begeleidersindicatie worden toegekend. Bijvoorbeeld wanneer er tijdens de rit medicatie toegediend moet worden of wanneer er sprake is van gedragsproblematiek. Als deze indicatie wordt afgegeven, mag de cliënt alleen gebruik maken van de voorziening als een begeleider mee reist. De begeleider reist kosteloos mee.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.8
Artikel 4.10
Verplaatsen over middellange en lange afstand
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Wormerland 2023