**1..** In de maand juni na afloop van het begrotingsjaar worden de jaarstukken vastgesteld door de raad. Het college legt in het jaarverslag en de jaarrekening verantwoording af aan de raad over de uitvoering van de programma’s. De Jaarstukken bevatten:
een overzicht van baten en lasten per programma en beleidsveld, de algemene dekkingsmiddelen, overhead, de vennootschapsbelasting, de post onvoorzien en de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves en het resultaat. b. een overzicht van baten en lasten per taakveld.
een overzicht van de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV.
**2..** Niet uit de balans blijkende verplichtingen worden in de Jaarstukken opgenomen indien de financiële meerjarige consequentie uitkomt boven het drempelbedrag van € 400.000.
**3..** Het college van B&W kan de raad voorstellen om budgetten van de programma's/beleidsvelden en reserves, die in een jaar nog niet volledig gebruikt zijn, over te hevelen naar het volgende jaar, indien voldaan wordt aan de criteria zoals opgenomen in bijlage II. De budgetoverhevelingen worden in principe in de slotwijziging door de raad geaccordeerd.
**4..** ln de jaarrekening wordt de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Tevens wordt aangegeven welke investeringen afgesloten kunnen worden. Kredieten voor hard- en software ICT en beheersplannen (uitvoeringsprogramma's wegen/asfalt, kunstwerken, straatmeubilair en riolering) die niet zijn benut en onverdeeld zijn gebleven worden in principe jaarlijks afgesloten om de afschrijving te kunnen starten. Het is mogelijk hiervan af te wijken door dit expliciet aan de raad ter goedkeuring voor te leggen.
**5..** In de Jaarstukken wordt ook toegelicht en betrokken:
afwijkingen -zowel incidenteel als structureel- groter dan € 100.000 op de raming van individuele baten en/of lasten per programma- en beleidsveld.
afwijkingen voor het lopende begrotingsjaar op programma/beleidsveldniveau vanaf 5%, met een minimum van € 10.000, op investeringskredieten tot € 2 miljoen. Bij overschrijdingen op investeringskredieten vanaf € 2 miljoen geldt dat bij afwijkingen groter dan € 100.000 .