Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 7.

Toetsing toekenning extra taallessen

Onderdeel van Collegebesluit Tot vaststelling van de Beleidsregels inburgering gemeente veenendaal

basis van deze beleidsregel wordt getoetst aan de hand van een toetsingskader. Hierbij wordt onder meer gelet op: De noodzaak Als onvoldoende duidelijk is dat de inburgeraar niet zonder extra taallessen aan diens inburgeringsplicht kan voldoen, dan kan er besloten worden om geen (volledige) extra ondersteuning te verstrekken. De verwijtbaarheid Als er door eigen toedoen van de inburgeraar onvoldoende vorderingen zijn gemaakt in het voldoen aan de inburgeringsplicht, dan kan er besloten worden om geen (volledige) extra ondersteuning te verstrekken. De motivatie van de inburgeraar Als er vermoeden is dat er onvoldoende motivatie is bij de inburgeraar om aan de inburgeringsplicht te voldoen, dan kan er besloten worden om geen (volledige) extra taallessen te verstrekken. De aanwezigheid Als de inburgeraar verwijtbaar onvoldoende aanwezig is geweest tijdens de gevolgde taallessen, waarbij als richtlijn een 80% aanwezigheidseis geldt, dan kan er besloten worden om geen (volledige) extra taallessen te verstrekken. De financiële draagkracht Als de inburgeraar en diens gezin voldoende financiële draagkracht hebben, dan kan er besloten worden om geen extra taallessen te verstrekken. Hierbij wordt een vermogensgrens en inkomensgrens gebruikt. Voor de vermogensgrens wordt aangesloten op artikel 34 van de Participatiewet. Bij de inkomensgrens wordt uitgegaan van 120% van de bijstandsnorm. Bij inburgeraars met een hoger vermogen of inkomen kan er van uit worden gegaan dat er financiële draagkracht is. Voorliggende voorzieningen, zoals mogelijkheden voor uitstel via DUO. De gemaakte vorderingen van de inburgeraar en de nog resterende verplichtingen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. De wijze waarop de DUO-lening is besteed, en welk deel van de lening nog besteed kan worden. De kwaliteit van de taalaanbieder(s) Het moet aannemelijk zijn dat het aanbod zoals de taallessen van de opgegeven taalaanbieder(s) van voldoende kwaliteit is. Hierbij geldt als richtlijn dat vergoeding van kosten enkel plaatsvindt aan taalaanbieders als bedoeld in de Wet inburgering 2013, die sinds minimaal één jaar beschikken over het keurmerk van Blik op Werk.

Rechtspraak bij dit artikel