Naar hoofdinhoud
De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. Een stemming kan plaatsvinden bij hand opsteken of hoofdelijk. Een besluit kan ook zonder stemming worden genomen. In dat geval is er sprake van een hamerstuk. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. In een stemming bij hand opsteken wordt gekeken welke leden vóór of tegen zijn, en aan de hand daarvan bepaalt de voorzitter de uitslag. Is de uitkomst daarvan onduidelijk dan kan alsnog tot een hoofdelijke stemming worden overgegaan. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat vanuit het oogpunt van de griffier uiterst links aan de vergadertafel plaats heeft en verloopt verder in de zitvolgorde van de raadsleden. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel