Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.
De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.
Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. Indien een betekenende minderheid (van 3 van de 15 raadsleden) bestaande uit 2 of meer raadsfracties instemming verleent, dient het interpellatieverzoek tot uitvoering te worden gebracht.
De raad bepaalt vervolgens op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.
De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Hoofdstuk 4.
Artikel 40.