Subsidies die op grond van deze verordening zijn verleend of vastgesteld, kunnen worden verrekend:
met op grond van deze verordening verleende of vastgestelde subsidies, die worden teruggevorderd;
met vorderingen op de subsidieontvanger in geval van diens faillissement, surseance van betaling of bij toepassing van de schuldsanering natuurlijke personen, onverminderd de artikelen 53, 234, 235 en 307 van de faillissementswet.