Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.3

Geldigheidsduur

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2003 (inclusief 4e wijziging)

1.. Een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2 heeft een geldigheidsduur van uiterlijk drie jaar. 2.. Uiterlijk 8 weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de in het eerste lid bedoelde vergunning dient de vergunninghouder een nieuwe aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.1.2 ingediend te hebben. 3.. Vergunningen, als bedoeld in artikel 2.3.1.2, verleend in het jaar 2002 aan aanvragers voor 2003 en eventueel volgende jaren blijven geldig tot de bekendmaking van een nieuwe vergunning, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel