Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 3.3.1

Geldigheidsduur (4) 4e wijziging: vastgesteld raadsvergadering 25 september 2006, publicatie 30 november 2006

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2003 (inclusief 4e wijziging)

1.. Een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 heeft een geldigheidsduur van 5 jaar. 2.. Uiterlijk 8 weken voor het verstrijken van de hierboven genoemde termijn dient de vergunninghouder een nieuwe aanvraag als bedoeld in artikel 3.2.1 ingediend te hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel