Naast de in artikel 1.6 genoemde gronden kan het college van burgemeester en wethouders een ligplaatsvergunning intrekken indien:
de werkelijke situatie niet meer in overeenstemming is met de in de vergunning vermelde.
op of bij de ligplaats voorzieningen of zaken aanwezig zijn aarvoor geen vergunning is verleend.
het woonschip langer dan zes maanden niet bewoond is geweest.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 3 › Paragraaf 3
Artikel 5.3.3.3
Intrekking vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2003 (inclusief 4e wijziging)