Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Inrichting begroting en jaarstukken

Onderdeel van Financiële verordening 2023

1.. Begroting en jaarrekening worden conform het BBV opgesteld. 2.. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de pijlers de baten en lasten per taakveld weergegeven. 3.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven. 4.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording inzicht gegeven in de ontwikkeling van de financiële positie voor de komende 4 jaren. 5.. Bij de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten en de actuele raming van de totale lasten en baten weergegeven. 6.. Het college legt in de jaarrekening verantwoording af over de mate waarin de verantwoorde baten en lasten, en ook balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Het college versterkt bij de jaarstukken een rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheid is bepaald op 3%. De verantwoordingsgrens wordt berekend als percentage van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. Boven de verantwoordingsgrens moet het College van Burgemeester en Wethouders afwijkingen (fouten en afwijkingen) opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. Overschrijding van de rechtmatigheidsgrens betekent dat de gemeente financieel onrechtmatig heeft gehandeld, waarvoor het College van Burgemeester en Wethouders verantwoording moet afleggen. Voor verdere uitwerking wordt verwezen naar artikel 19 en 22.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel