1 . Burgemeester en wethouders stellen een inrichtingsplan voor de markt vast, met daarin in ieder geval:
a . de dagen en uren waarop de markt wordt gehouden en de (feest)dagen waarop de markt niet doorgaat;
b . een kaart van de markt;
c . de verdeelprocedure die zij toepassen bij de verlening van vaste-standplaatsvergunningen.
2 . Op de kaart van de markt zijn in ieder geval aangegeven:
a . de grenzen van de markt;
b . de vaste standplaatsen.
3 . Op de kaart van de markt kunnen zijn aangegeven:
a. de standplaatsen die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen;
b. het maximumaantal vaste-standplaatsvergunningen dat voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kan worden afgegeven;
c. de dagplaatsen;
d. de standwerkplaatsen.