**1..** Als een raadslid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169 lid 3, en 180 lid 3, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester.
**2..** Een raadslid kan een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of andere instituties waarin de raad leden heeft benoemd, ter verantwoording roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig.
**3..** De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen.
**4..** De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.
**5..** De gestelde vragen en het antwoorden vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.
**6..** Binnen vier weken worden de inlichtingen mondeling in de raadsvergadering of schriftelijk gegeven.
Hoofdstuk 8
Artikel 77.