Het college informeert de raad twee keer per jaar door middel van tussentijdse bestuursrapportages (Berap’s).
De 1e Berap behandelt de realisatie van de begroting van de gemeente tot en met april van het lopende boekjaar en wordt jaarlijks voor het zomerreces door de raad vastgesteld;
De 2e Berap behandelt de realisatie van de begroting van de gemeente tot en met augustus van het lopende boekjaar en wordt jaarlijks voor 15 november door de raad vastgesteld.
De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.
De rapportages gaan in op de stand van zaken met betrekking tot onderwerpen in de programmabegroting, stand van zaken voor wat betreft de voortgang van de prestaties, ontwikkeling grondbedrijf en op de financiële afwijkingen voor wat betreft de lasten en baten.
Het college informeert door middel van de Beraps de raad als ze verwacht dat de lasten of baten van een programma de geautoriseerde lasten of baten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.
Bij de behandeling van de tussenrapportage in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Met betrekking tot de financiële afwijkingen genoemd in het zesde lid worden de kaders gehanteerd zoals benoemd in artikel 7.
Hoofdstuk 2
Artikel 6