Regie en een gezamenlijke agenda zorg en veiligheid
Uit de cijfers blijkt dat de zorg voor de groep personen met verward gedrag steeds meer een veiligheidsprobleem wordt en dat de beleidsvelden zorg en veiligheid elkaar bij deze doelgroep raken. De zorg bekijkt de problematiek en de aanpak daarvan vanuit het perspectief van de patiënt. De gemeente en de veiligheidspartners bekijken de problematiek ook vanuit het perspectief van de openbare orde en veiligheid in de straat, wijk en buurt. Om de geconstateerde ontwikkeling het hoofd te bieden is een hernieuwde samenwerking van politie, zorginstellingen, de gemeente, maar ook van woningcorporaties nodig. Het gaat om samenwerking tussen de partijen die actief zijn in de sociale basis (zowel eerste- als tweedelijns) en in de verschillende domeinen. Dit met het oog op een betere verbinding tussen zorg, veiligheid, sociaal domein en straf. De afgelopen periode zijn er al succesvolle voorbeelden geweest op casusniveau, maar de komende jaren is het van belang dat dit ook op beleidsniveau verder wordt doorgevoerd.
Een stevige agenda om het beleidsveld zorg en veiligheid op de kaart te zetten is dan ook een noodzakelijke voorwaarde. Naast een vakinhoudelijke agenda om de huidige versnipperde agenda in een eenduidige structuur te brengen moeten we ook gaan werken aan een bestuurlijke agenda zorg en veiligheid op Zeeuwse schaal. De Zeeuwse burgemeesters, portefeuillehouders Sociaal Domein en de zorgpartners moeten een bestuurlijke agenda gaan voeren met periodieke overleggen, gebaseerd op gezamenlijke doelstellingen en periodieke monitoring of deze doelstellingen worden behaald.
Inzicht, structuur en randvoorwaarden
De huidige aanpak kenmerkt zich door een casuïstische aanpak, gebaseerd op Integrale proces coördinatie. Veel partners uit de zorg- en veiligheidsdomeinen zitten bij elkaar om een specifieke casus te bespreken, of bespreken periodiek de lijst met verwarde personen in de specifieke gemeente. Vanuit deze casuïstische benadering moet het streven in de komende beleidsperiode zijn om niet meer alleen vanuit een specifieke casus met heel veel partijen naar een specifieke oplossing te zoeken.
Vanuit dit inzicht moeten we komen tot meer generieke oplossingen die mogelijk al in preventieve zin kunnen leiden tot een daling van het aantal meldingen. Het begint met het beter duiden van de overlastmeldingen om beter inzicht te krijgen in de problematiek. Vanuit deze doelstelling moet meer aandacht worden gegenereerd voor het melden van overlast als gevolg van verward gedrag.
Naast inzicht moeten we vanuit een stevige agenda zorg en veiligheid komen tot een structuur waarin we algemene randvoorwaarden kunnen creëren waarvan nu al bekend is dat zij perspectief bieden die de stijgende lijn van het aantal overlastmeldingen kan keren. Deze structuur behelst de aanpak van drie onderwerpen:
Begeleiding
De uitvoering ligt bij het sociaal domein. Goede begeleiding door betrouwbare zorgaanbieders is een belangrijke randvoorwaarde ook gelet op de kwetsbaarheid voor ondermijning. Controle bij de aanbesteding van de zorg, maar ook controle en toezicht op de geleverde zorg moet structureel worden opgepakt.
Huisvesting
Goede huisvesting is in veel gevallen de achilleshiel bij het zoeken naar een oplossing in een specifieke casus. Vanuit het Sociaal Domein moet een regionaal plan van aanpak komen voor passende huisvesting voor de doelgroep. Het is vaak maatwerk, maar in algemene zin is de groep onder te verdelen in personen die redelijk zelfstandig kunnen wonen, personen die een tussenfase nodig hebben in een of andere vorm van begeleid wonen en de “onaangepasten” die niet meer in een wijk of buurt kunnen wonen. Naast het uitwerken van verschillende woonvormen moet het plan van aanpak een regionale verdeling van deze woonvormen bevatten. Op dit moment zijn vooral de gemeenten Vlissingen en Goes onevenredig belast met de huisvesting van de doelgroep. Dit blijkt ook uit de overlastcijfers. Daarnaast vormt de acute opvang van personen met verward gedrag, bij wie dit gedrag samen gaat met middelengebruik, een belangrijk knelpunt. Het is noodzakelijk dat we voor deze doelgroep oplossingsmogelijkheden zoeken voor passende opvang en begeleiding.
Inkomen
Vanuit het Sociaal Domein moet aandacht komen voor de financiering van een fatsoenlijk inkomen of een vorm van leefgeld voor de doelgroep. De doelgroep kenmerkt zich vaak door een samenstel van verschillende problemen, vaak ook met een schuldproblematiek. Schulden en een gebrek aan financiële middelen vormen vaak een belangrijk obstakel om weer perspectief te krijgen op een zelfstandig leven.