Indien een boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop de boom zich bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten binnen een door hen te stellen termijn of tot het doen van een storting van een geldelijke bijdrage in het Bomenfonds overeenkomstig de respectievelijke door het college vastgestelde nadere regels als bedoeld in artikel 9 lid 4 en lid 5.
De verplichtingen en voorschriften van dit artikel kunnen eveneens gelden voor kleine bomen die zonder geaccepteerde melding zijn geveld.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.
Indien een boom waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen of;
een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag.