Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 3.3

KWANTITATIEF VRAAGSTUK OP DE LANGE TERMIJN: WAT TE DOEN NA DE HUISHOUDENSPIEK?

Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Beesel houdende regels omtrent de regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024

De nieuwste huishoudensprognoses geven een gunstiger beeld voor Noord-Limburg dan de prognoses uit de vorige regionale woonvisie. De trend blijft echter hetzelfde. We zitten nu in een fase dat het aantal huishoudens nog groeit. Rond 2036 komt een kantelpunt en zal het aantal huishoudens langzaam afnemen. Hier vormt zich een dilemma. We hebben nu meer woningen nodig om onze huishoudensgroei te faciliteren, maar we weten dat we een deel van de woningvoorraad op termijn niet meer nodig hebben. Niets toevoegen is geen optie, dan weten we immers zeker dat we onvoldoende woningen hebben. Ook vanuit het perspectief van het toevoegen van kwaliteit is niets toevoegen geen optie. Nieuwbouwwoningen zijn immers veel energiezuiniger en voldoen over het algemeen veel beter aan de behoefte van de toekomst. Bovendien geeft het bouwen van nieuwbouwwoningen mogelijkheden om te sturen op het gewenste type en kwaliteit van de woning. Ook kan het toevoegen van nieuwbouwwoningen in het juiste woonsegment zorgen voor het vergroten van de aantrekkelijkheid om in een bepaalde kern te gaan wonen. Bijvoorbeeld ouders die doorstromen naar een nultredenwoningen en kinderen die dan vervolgens de ouderlijke woning kopen. De crux zit dan ook in de bestaande woningvoorraad. In de bestaande voorraad zitten woningen die weinig toekomstwaarde hebben (zie paragraaf 2.1.2). Op termijn zou het goed zijn om deze woningen uit de voorraad te halen. Dit is uiteraard makkelijker gezegd dan gedaan. Voor sociale huurwoningen geldt dat met de woningcorporaties prestatieafspraken gemaakt kunnen worden over sloop en het (gedeeltelijk) terugbouwen van nieuwe woningen. Het vraagstuk beperkt zich echter niet tot de sociale huursector. Juist in de particuliere voorraad zullen op termijn woningen moeten verdwijnen. Met particuliere eigenaren is het een stuk lastiger afspraken te maken over de sloop van een woning. Daarbij is het niet alleen een opgave voor het stedelijk gebied, maar speelt dit ook in het buitengebied. Hiervoor zal nieuw instrumentarium ontwikkeld moeten worden. Het is van belang dat overheden zich hier nu al verantwoordelijk voor voelen en starten met het ontwikkelen van instrumenten én praktijkexperimenten. Naast de rol die de bestaande woningvoorraad in dit vraagstuk kan spelen, zijn er mogelijkheden om tijdelijke woonvormen toe te voegen. Tijdelijke woningen kunnen makkelijk worden weggehaald of worden verplaatst op het moment dat ze niet meer nodig zijn. In de regio is al ervaring opgedaan met tijdelijke woonconcepten. Tijdelijke woningen worden gezien als een aanvulling op het reguliere woningaanbod om doelgroepen snel onderdak te kunnen bieden. Hierbij is de termijn van 10 jaar voor tijdelijkheid niet langer maatgevend. De positieve ervaringen willen we graag verder uitbreiden en met elkaar delen. Corporaties geven aan dat dit instrument ook beperkingen kent (onder andere verhuurtermijn van 2 of vijf 5, afhankelijk van de doelgroep) en dat dit instrument vooral een oplossing biedt voor specifieke doelgroepen. Ook lijkt de prijs-kwaliteitverhouding een belemmering. Koers voor Noord-Limburg We verkennen samen met de provincie de mogelijkheden ten aanzien van het ontwikkelen van instrumentarium om op termijn woningen uit de bestaande voorraad te halen. Enerzijds omdat ze niet meer nodig zijn (na het bereiken van de huishoudenspiek) en anderzijds om ook na de huishoudenspiek ruimte te maken voor de toevoeging van kwalitatief goede woningen. Ook zetten we in op het faciliteren en stimuleren van tijdelijke en experimentele woonvormen waarmee we kunnen inspelen op de periode ná de huishoudenspiek. Daarbij proberen we de huidige positieve ervaringen verder te ontwikkelen en verkennen we op welke manier belemmeringen kunnen worden weggenomen om dit instrument succesvoller te maken. Hierbij kijken we ook naar een mogelijke samenwerking met het Rijk.

Rechtspraak bij dit artikel