Naar hoofdinhoud
De rijksoverheid heeft in april 2013 een plan voor de hervorming van de langdurige zorg gepresenteerd. Voor de GGZ (geestelijke gezondheidszorg) gaat het daarbij onder andere om de extramuralisering van de zorg voor mensen met een psychische aandoening die nu nog in een beschermende woonvorm verblijven. Op die manier blijft deze kwetsbare doelgroep dicht bij het eigen netwerk, wat de zorg en begeleiding ten goede komt. Zowel het beschermd wonen (Beschermd Thuis) als het begeleid wonen zal steeds meer in de wijk gaan plaatsvinden. Onder beschermd wonen verstaan we de intensieve zorg van een cliënt met psychosociale problemen. De zorgverlener is altijd aanwezig of oproepbaar en kan ook buiten de geregelde tijden bij de cliënt langskomen. Het kenmerk van beschermd wonen is dat de cliënt 24/7 ondersteuning in de nabijheid heeft. Bij het beschermd wonen, kan er een keuze worden gemaakt om in een verblijf van een zorgaanbieder in te trekken of gebruik te maken van beschermd wonen zonder verblijf. Zorg en wonen blijven daarbij gescheiden. Onder begeleid wonen verstaan we ambulante zorg waarbij de zorgverlener naar de patiënt met psychosociale problemen komt. Deze zorg is extramuraal; de patiënt woont niet in een instelling. De begeleiding aan huis kan in combinatie zijn met een regelmatig bezoek aan een zorginstelling voor een behandeling of gesprek. Voor de huisvesting van deze doelgroep is de gemeente afhankelijk van corporaties. Een goede samenwerking tussen de beleidsterreinen wonen en zorg is hierbij van groot belang. Corporaties willen graag meer gevoel krijgen bij de omvang van de hiervoor genoemde doelgroep. De regiogemeenten gaan deze informatie vroegtijdig delen met de corporaties opdat hiermee rekening gehouden kan worden in het toewijzingsbeleid. Een goede spreiding van de zorgdoelgroep in de wijken vormt hierbij een pré. De taak van een woningcorporatie verschuift door de komst van bijzondere doelgroepen van primair het huisvesten naar huisvesten met een plus. Woningcorporaties krijgen steeds vaker ook een signalerende functie. De corporatie en omwonenden kunnen aan de bel trekken bij zorginstellingen, gemeenten en politie wanneer er zich bijvoorbeeld overlast gevende situaties voordoen. Een proactieve houding vanuit de woningcorporaties kan bijdragen aan het preventief oplossen van uiteenlopende problematiek. Ook vanuit de huurdersbelangenvereniging kan een signalerende functie uitgaan. In de prestatieafspraken kunnen hier met de corporaties en huurders afspraken over worden gemaakt. Het toewijzingsbeleid is hierbij een (regionaal) aandachtspunt. Koers voor Noord-Limburg De regiogemeenten7 Mook en Middelaar werkt rondom dit thema samen met de regio Rijk van Nijmegen. maken met corporaties en de huurders afspraken rondom de huisvesting van personen die beschermd of begeleid wonen (transferpunt). Gemeenten leveren hiervoor vroegtijdig cijfers aan over de omvang van de doelgroep. De corporaties spelen een belangrijke rol in de huisvesting van deze doelgroep. Bij het toewijzingsbeleid dient de nadruk te liggen op een goede spreiding van de doelgroep in de buurten en wijken. Corporaties krijgen door de komst van deze doelgroep een signalerende functie, waarbij vroegtijdig het gesprek met de zorginstelling, gemeente en politie wordt aangegaan. Bij overlast wordt vroegtijdig het gesprek met de zorginstelling, gemeente en politie aangegaan. De eindverantwoordelijkheid ligt echter niet bij de corporaties. Na signalering moet een begeleidingstraject opgezet worden, de coördinatie hiervan ligt bij de gemeenten. Daarbij is een goede samenwerking tussen het sociale domein en het ruimtelijke/fysieke domein essentieel. Ook het werken aan nieuwe huisvestingsvormen voor deze doelgroepen kan een oplossingsrichting vormen.

Rechtspraak bij dit artikel