De regio Noord-Limburg valt in zijn geheel binnen de woningmarktregio Limburg. Dit betekent dat alleen de corporaties die hun kernvoorraad hebben binnen deze regio sociale woningbouw mogen realiseren. In Noord-Limburg zijn de volgende corporaties actief: Destion, Wonen Limburg, Woonwenz, Antares, Woongoed2- Duizend (per 01-07-2020 Nester), Woonzorg Nederland en Mooiland (al behoren deze 2 laatsten niet tot de woningmarktregio Limburg).
In de voorgaande paragrafen zijn de corporaties al regelmatig aan bod gekomen. Dit onderstreept welke belangrijke rol zij hebben op de woningmarkt. Primair staan de woningcorporaties aan de lat voor sociale huurwoningen. Dit zijn goedkopere huurwoningen tot de liberalisatiegrens8 De maximale huurprijzen die horen bij de sociale huursector worden jaarlijks geïndexeerd. voor mensen met een smalle beurs. Hoewel er ook sociale huurwoningen in particulier bezit zijn (of bij beleggers), is het overgrote deel in eigendom van een woningcorporatie. Om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning moet een huurder aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo mag het inkomen9 Ook de inkomensgrenzen kunnen geïndexeerd worden. bijvoorbeeld niet te hoog zijn. Naast de mensen met een kleine beurs worden sociale huurwoningen ook ingezet voor de huisvesting van vergunninghouders en personen vanuit het begeleid en beschermd wonen (zie paragraaf 3.4).
De afgelopen jaren is er vanuit de rijksoverheid veel veranderd voor de woningbouwcorporaties. Zo mogen corporaties sinds de gewijzigde Woningwet (2015) in principe alleen nog maar sociale huurwoningen bouwen. Het bouwen in andere segmenten, zoals middendure huur is nog steeds mogelijk, maar nu onder strikte voorwaarden. Daarnaast zijn corporaties getroffen door verschillende maatregelen, zoals de verhuurdersheffing en de ATAD. Hierdoor vloeit veel kapitaal weg uit de sociale huursector en is de financiële positie van veel corporaties verslechterd. Verder maken de stijgende bouwkosten, de wens naar sociale nultredenwoningen en het feit dat veel corporaties geen grondposities hebben, de nieuwbouwopgave alleen maar lastiger.
De regio Noord-Limburg vindt het belangrijk dat er voor de genoemde groepen voldoende huurwoningen beschikbaar zijn en dat de wachttijden niet te lang zijn. De behoefte aan sociale huurwoningen verschilt per gemeente en vaak ook per kern. Elke gemeente zal op basis van de eigen behoefte sturen op het aantal sociale huurwoningen binnen de gemeente.
Daarnaast verkopen corporaties ook sociale huurwoningen. Dit heeft enerzijds een positief effect, omdat zo ook goedkope koopwoningen beschikbaar komen (deze zijn bijvoorbeeld interessant voor koopstarters), maar anderzijds neemt de sociale huurvoorraad hier ook mee af. Goed inzicht bij gemeenten in het verkoopbeleid van de corporaties draagt bij aan een gezamenlijke strategie om voldoende huisvesting voor de verschillende doelgroepen te realiseren.
Toewijzingsbeleid
De woningcorporaties binnen de regio hanteren hun eigen toewijzingsbeleid of zijn aangesloten bij het gezamenlijke regionale aanbodsysteem Thuis in Limburg. Binnen de mogelijkheden van het toewijzingsbeleid kunnen corporaties sturen op leefbaarheid. De gemeenten kunnen op hun buurt sturen op het toewijzingsbeleid met de prestatieafspraken die zij maken met de corporaties en huurdersbelangenverenigingen. Uit paragraaf 3.4 blijkt al dat veel doelgroepen afhankelijk zijn van de corporaties voor hun huisvesting. Bijzonder voor Noord-Limburg is hierbij ook de groep internationale werknemers die zich permanent vestigingen. Zij doen een groot beroep op de sociale huursector. Met al die verschillende doelgroepen kan de leefbaarheid onder druk komen te staan met het huidige toewijzingsbeleid, waar vanuit de rijksregelgeving weinig ruimte is voor de corporaties om te sturen op doelgroepen. Met name het inkomen is leidend.
Een andere mogelijkheid is de huisvestingsverordening of een doelgroepenverordening waarmee publiekrechtelijk op woningbouwcategorieën kan worden gestuurd. Voorwaarde voor het hebben van een huisvestingsverordening is dat er aantoonbaar sprake moet zijn van schaarste, lokaal en regionaal. Het is ook mogelijk om als regio gezamenlijk een huisvestingsverordening op te stellen, met hierbij de kanttekening dat de eerder genoemde schaarste binnen 4 jaar opgelost moet zijn. Het is dus een tijdelijke maatregel en geen instrument dat zomaar ingezet kan worden.
In de eerste instantie blijven we in de regio Noord-Limburg de vinger aan de pols houden ten aanzien van schaarste op de sociale woningmarkt. Los hiervan wil de regio samen met de corporaties bezien waar we hen kunnen ondersteunen in het toewijzingsbeleid. Dit omdat het toewijzingsbeleid een bijdrage zou moeten leveren aan de leefbaarheid in de kernen en wijken. In dit kader zou (samen met de provincie) ook gekeken kunnen worden of met het Rijk afspraken over maatwerk in de regels voor de toewijzing mogelijk zijn. Dit zou onderdeel uit kunnen maken van het verkennen van een woondeal met het Rijk.
Koers voor Noord-Limburg
Sturen op de sociale huurmarkt is vooral een samenspel tussen woningcorporaties, huurdersbelangenverenigingen en gemeenten. Op gemeenteniveau wordt gekeken of de voorraad sociale huurwoningen voldoende is, of dat moet worden toegevoegd. Hierbij bestaat bij gemeenten grote behoefte aan inzicht in de verkoopstrategieën van corporaties. Om samen op te kunnen trekken en tot een optimale samenwerking te komen is het delen van informatie van belang. De prestatieafspraken zijn hiervoor het geëigende instrument.
We onderzoeken de mogelijkheden van het maken van een woondeal met het Rijk, maatwerk rondom het toewijzingsbeleid is een van de thema’s die hier onderdeel van uit zou moeten maken.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.6
SOCIALE HUURSECTOR EN TOEWIJZINGSBELEID CORPORATIES
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Beesel houdende regels omtrent de regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024