1. Binnen de grenzen van een gevelterras is terrasmeubilair toegestaan dat bestaat uit:
a. zitmeubilair;
b. tafels, niet zijnde statafels;
c. parasols binnen de terrasmaten, niet verbonden aan andere objecten of in de grond bevestigd. De minimale hoogte van de onderzijde van de parasol, het tentdoek, de volant of een ander licht werend materiaal, in elke stand, moet ten minste 2,20 meter bedragen ten opzichte van de onderliggende bestrating;
d. terrasafscheidingen in de vorm van windschermen mits deze bestaan uit aluminiumprofielen en gehard glas en niet hoger zijn dan 1,80 meter; vanaf een hoogte van 1,10 meter dient een terras- afscheiding te bestaan uit transparant gehard glas; een terrasafscheiding mag niet evenwijdig aan de gevel worden geplaatst, en moet na het voor het betreffende gevelterras geldende sluitingstijdstip inpandig worden opgeslagen, of ingeklapt tegen de gevel worden geplaatst en daaraan worden vastgemaakt;
e. menuborden;
f. afvalbakken;
g. ondersteuningsmeubel ten behoeve van schoonmaakwerkzaamheden en opslag van bestek;
h. plantenbakken ten behoeve van decoratie op een gevelterras binnen de terrasmaten; een plantenbak mag niet in de grond worden geplaatst en moet verplaatsbaar zijn.
2. Terrasafscheidingen/-schermen staan te allen tijde binnen de grenzen van het terras en mogen bij gevelterrassen maximaal 1,80 meter hoog zijn. Terrasafscheidingen/-schermen zijn alleen toegestaan aan de zijkant van een gevelterras tot 2/3 diepte van terras om een open uitstraling te behouden. Een parallel aan de gevel geplaatste terrasafscheiding is niet toegestaan. Ook niet in de vorm van verticale schermen aan parasols of zonneschermen. Terrasafscheidingen/-schermen mogen niet worden verankerd in de grond tenzij vergund middels een omgevingsvergunning.
3. Binnen de grenzen van een eiland- en pleinterras is terrasmeubilair toegestaan dat bestaat uit:
a. stoelen en tafels;
b. een mobiele terrasafscheiding van maximaal 1,10 meter hoog aan de zijkanten van het terras;
c. parasols binnen de terrasmaten, niet verbonden aan andere objecten of in de grond bevestigd. De minimale hoogte van de onderzijde van de parasol, het tentdoek, de volant of een ander licht werend materiaal, in elke stand, moet ten minste 2,20 meter bedragen ten opzichte van de onderliggende bestrating;
d. afvalbakken;
e. ondersteuningsmeubel ten behoeve van schoonmaakwerkzaamheden en opslag van bestek.
4. Er mag geen terrasmeubilair worden geplaatst binnen 1,5 meter rondom objecten die door of met toestemming van de gemeente zijn geplaatst en die bereikbaar moeten zijn voor derden (zoals brandkraan, brandput, parkeerautomaat, brievenbus).
5. Het terrasmeubilair moet zodanig geplaatst worden dat (nood)uitgangen vrij blijven.
6. Het terrasmeubilair dient direct na het voor de openbare inrichting geldend sluitingstijdstip te worden bekabeld of inpandig te worden opgeslagen. Door of namens het college van burgemeester en wethouders kan er besloten worden tot het aanwijzen van gebieden waar inpandige opslag noodzakelijk is.