Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2

Artikel 2.2.6

Carbidschieten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (apv) (inclusief 1e wijziging)

1.. Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een (melk)bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen. 2.. Carbidschieten is verboden. 3.. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet in de volgende gevallen: carbidschieten dat plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, mits daarbij wordt voldaan aan de volgende voorschriften: er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens en milieu. er worden in totaal niet meer dan twee bussen gebruikt. de plek waar het carbidschieten plaatsvindt ligt buiten de bebouwde kom. de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten plaatsvindt tot de woonbebouwing bedraagt tenminste 100 meter. het vrijschootsveld bedraagt tenminste 75 meter. indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient het terrein te worden verlicht. 4.. De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in het belang van natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het derde lid niet van toepassing is. 5.. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. 6.. Dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het Wetboek van Strafrecht.

Rechtspraak bij dit artikel