Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.2

Exploitatievergunning horecabedrijf

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (apv) (inclusief 1e wijziging)

1.. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. Indien de exploitatie van een horecabedrijf, waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid is verleend, wordt uitgebreid of (ingrijpend) wordt gewijzigd, dient een nieuwe vergunning als bedoeld in het eerste lid te worden aangevraagd. 3.. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien: de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan; de exploitant geen verklaring omtrent het gedrag overlegt, die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven. 4.. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. 5.. Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf. 6.. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.5.1 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. De burgemeester kan over de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vaststellen. 7.. Onverminderd het gestelde in het vierde en vijfde lid kan de burgemeester de in het zesde lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf horende terrassen weigeren: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. in het belang van voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak; ingeval van strijd met de op grond van lid 6 vastgestelde nadere regels 8.. Het bepaalde in het zesde en zevende lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel