Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 4

Artikel 4.4.1

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (apv) (inclusief 1e wijziging)

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is een of meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben, anders dan met inachtneming van de door hem gestelde regels: onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen; 2.. In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994. 3.. Het is verboden op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats een door hem aangeduid voorwerp of stof: op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan wel op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hem gestelde regels. 4.. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de Provinciale Verordening Friesland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel