**1..** Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen.
**2..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
houtopstanden, staande buiten de bebouwde kom, tenzij deze op een erf staan
wegbeplantingen en eenrijïge beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen tenzij deze zijn geknot;
fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
naaldbomen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 2.5;
houtopstanden met een stamdiameter minder dan 30 cm (omtrek minder dan 94 cm) gemeten conform de regels zoals opgenomen in artikel 2:1, derde lid, tenzij de houtopstand is geplant in het kader van een herplantverplichting;
houtopstanden staande in een tuin;
**3..** In afwijking van artikel 1.7 kan de omgevingsvergunning worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
[vervallen]
**4..** Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een vergunningsplichtige houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen vooruitlopend op een omgevingsvergunning.
**5..** Een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand opgenomen in de lijst met beschermenswaardige bomen, zoals bedoeld in artikel 2.2, eerste lid kan, mits alternatieven voor behoud zijn onderzocht, worden verleend indien:
naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is, of;
letsel of schade kan worden voorkomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3