**1..** Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 kan de omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving als;
na realisering van de uitweg parkeren plaatsvindt voor de voorgevelrooilijn, of;
anderszins afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit en de beleving van de openbare ruimte van de betreffende omgeving.
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente;
er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
het behoud van openbare parkeerplaatsen;
** 3. .** In aanvulling op het tweede lid kan de omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid ook worden geweigerd als het gebruik van de uitweg in strijd is met het omgevingsplan.
**4..** Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3