**1..** Als zich een geweldsincident heeft voorgedaan in of in de directe nabijheid van een horecabedrijf, waarvan de verwijtbaarheid van de exploitant vast staat dan wel redelijkerwijs aannemelijk is, wordt dit aangemerkt als een verstoring van de openbare orde (conform het gestelde in artikel 2:30 APV) en volgt een schriftelijke waarschuwing. Daarbij krijgt de ondernemer twee weken de tijd om schriftelijk aan te geven op welke wijze hij in de toekomst dergelijke problemen zal voorkomen.
**2..** Bij een tweede overtreding, binnen zes maanden na de eerste overtreding of bij het niet tijdig uitvoering geven aan het onder 1 genoemde wordt het horecabedrijf gesloten voor en periode van acht weken.
**3..** Bij een derde overtreding volgt intrekking van de alcoholvergunning op grond van artikel 31, eerste lid, onder c., van de Alcoholwet.
**4..** Het bepaalde onder 1. tot en met 4. laat onverlet de bevoegdheid van de burgemeester om het horecabedrijf volledig te sluiten, en/of de alcoholvergunning in te trekken, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
**1..** Daaronder wordt in ieder geval verstaan wanneer sprake is van ernstige incidenten zoals incidenten waarbij de aanwezigheid van of handel in steek- of vuurwapens is geconstateerd dan wel wanneer gebruik is gemaakt van één of meer steek- of vuurwapens, incidenten waarbij één of meer dodelijke slachtoffer(s) is/zijn gevallen, incidenten waarbij één of meer slachtoffer(s) ernstig gewond is/zijn geraakt, incidenten met grootschalige vechtpartijen al dan niet met slachtoffer(s), alsmede wanneer sprake is van ernstige zedendelicten en/of het toedienen van bedwelmende middelen zoals GHB (lijst II van de Opiumwet).