Ten behoeve van de toezichthoudende taak kunnen op grond van art. 5.10 (lid3) van de Wabo jo. artikel 5:11 Awb ambtenaren aangewezen worden. In afdeling 5.2 Awb worden aan de toezichthoudende ambtenaren onder andere de volgende bevoegdheden toegekend:
Het betreden van plaatsen, met uitzondering van woningen zonder toestemming (artikel 5:15 Awb);
Het vorderen van inlichtingen (artikel 5:16 Awb);
Het inzien en kopiëren van zakelijke gegevens en bescheiden (artikel 5:17 Awb);
Het onderzoeken van zaken, aan opneming onderwerpen en daarvan monsters nemen (artikel 5:18 Awb);
Het onderzoeken van vervoermiddelen en hun lading (artikel 5:19 Awb).
Overeenkomstig artikel 5:20 Awb is een ieder verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Indien iemand niet meewerkt in het kader van toezicht is er sprake van een strafbaar feit.