Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › 2.2

Artikel 2.2.1

Onderdeel 1: Bijbehorend bouwwerk

Onderdeel van Beleidsregels Kruimelgevallenbeleid gemeente Zundert

Wettekst uit artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor): een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, de oppervlakte niet meer dan 150 m2. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, de oppervlakte niet meer dan 150 m2. Gemeentelijk beleid: Afwijken is alleen mogelijk: Binnen de bebouwde kom voor de bouw van bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan bij woningen, niet zijndeuitbreidingen van hoofdgebouwen, mits: bijbehorende bouwwerken minimaal 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedraagt vermeerderd met 0,35 m, met dien verstande dat de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken maximaal 3 m mag bedragen; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken maximaal 6 m bedraagt; het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 50% van het gezamenlijke zij- en achtererf tot een maximum van 90 m²; voor de bouw van bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan bij andere gebouwen dan woningen, niet zijnde uitbreidingen van hoofdgebouwen, mits: bijbehorende bouwwerken minimaal 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; de goothoogte van bijbehorende bouwwerken ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedraagt vermeerderd met 0,35 m, met dien verstande dat de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken maximaal 3 m mag bedragen; de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken maximaal 6 m bedraagt; het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 50% van het gezamenlijke zij- en achtererf bedraagt; op bedrijventerreinen de afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens altijd minimaal 5 meter bedraagt. voor de uitbreiding van een hoofdgebouw in het geval er sprake is van een woning, mits: de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 3 m bedraagt aan de zijde(n) waar geen aaneen gebouwd ander hoofdgebouw is gelegen; de breedte van hoofdgebouwen niet meer bedraagt dan: voor vrijstaande hoofdgebouwen: 15 m; voor half vrijstaande, geschakelde en aaneen gebouwde hoofdgebouwen: 10 m; de diepte van hoofdgebouwen niet meer bedraagt dan: voor vrijstaande hoofdgebouwen: 15 m; voor half vrijstaande, geschakelde en aaneen gebouwde hoofdgebouwen: 12 m; het aantal bouwlagen niet wordt uitgebreid; de voorgevel van het hoofdgebouw gesitueerd wordt in de voorgevelrooilijn/ de voorzijde van het bouwvlak of tot een afstand van maximaal 3 meter daarachter; de afstand van het hoofdgebouw tot de achterste perceelgrens dient minimaal 8 meter te bedragen, indien de bestaande afstand minder bedraagt geldt deze afstand. voor de uitbreiding van een hoofdgebouw betreffende een ander gebouw dan een woning, mits: de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 5 m bedraagt aan de zijde(n) waar een ander hoofdgebouw is gelegen; het bouwvlak, of het geldende maximaal te bebouwen percentage hiervan, wordt met maximaal 10% vergroot; het aantal bouwlagen niet wordt uitgebreid; de voorgevel van het hoofdgebouw gesitueerd wordt in de voorgevelrooilijn/ de voorzijde van het bouwvlak of tot een afstand van maximaal 3 meter daarachter voor de bouw van bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan voor de voorgevel van hethoofdgebouw (voorerfgebied), mits: de diepte, gemeten vanuit de voorgevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw, bedraagt maximaal 1,5 m; de oppervlakte bedraagt maximaal 6 m²; de bouwhoogte bedraagt maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met maximaal 0,35 m; de afstand tot het openbaar toegankelijk gebied bedraagt ten minste 1,5 m. voor de bouw van bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan voor de voorgevel van het hoofdgebouw zonder achtererf mits: het bouwwerk op eigen grond wordt gebouwd; de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied maximaal 10 m² bedraagt en zicht beperkt tot maximaal 50% van de oppervlakte van het voorerfgebied; de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedraagt, vermeerderd met 0,35 m; de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten hoogste 3,0 m bedraagt. Buiten de bebouwde kom: voor de bouw van bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan bij recreatiewoningen mits: het vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn, die minimaal 1 m achter de voorgevel van de recreatiewoning worden gebouwd; de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken maximaal 3 m mag bedragen; het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op het zij- en achtererf tot een maximum van 20 m²; de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2,5 meter bedraagt, niet zijnde de perceelsgrens aan een toegangsweg.

Rechtspraak bij dit artikel