Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden voor toelating en behoud van parttime ondernemerschap

Onderdeel van Gewijzigde beleidsregels Parttime Ondernemerschap

1.. De uitkeringsgerechtigde vraagt vooraf toestemming bij de afdeling Werk en Inkomen om als parttime ondernemer werkzaamheden te verrichten. 2.. De uitkeringsgerechtigde krijgt alleen toestemming na positief advies van het team Ondernemersadvies van de afdeling Economie en Arbeidsmarkt. 3.. De toestemming voor parttime ondernemerschap wordt alleen verleend als de verwachting is dat de opbrengsten uit parttime ondernemen na 1 kalenderjaar in ieder geval hoger zijn dan 1,5 keer de betreffende maandelijkse netto bijstandsnorm ná aftrek van gemaakte kosten over het hele kalenderjaar, maar geen sprake is van een levensvatbaar bedrijf. Onder een levensvatbaar bedrijf wordt verstaan een bedrijf waarmee zodanige inkomsten kunnen worden verworven dat de uitkeringsgerechtigde daarmee uitkeringsonafhankelijk kan worden. Uitkeringsgerechtigden met een potentieel levensvatbaar bedrijf worden doorverwezen om een uitkering op grond van het Bbz 2004 aan te vragen. 4.. Voor parttime ondernemen in een andere rechtsvorm dan de eenmanszaak wordt in ieder geval geen toestemming gegeven. 5.. De toestemming wordt voor maximaal 1 kalenderjaar afgegeven en kan steeds voor de duur van maximaal 1 kalenderjaar worden verlengd. 6.. Als voorwaarde voor verlenging van de toestemming, als bedoeld in het vijfde lid, dienen de opbrengsten uit zelfstandig ondernemerschap ieder kalenderjaar in ieder geval hoger te zijn dan 1,5 keer de betreffende maandelijkse netto bijstandsnorm ná aftrek van gemaakte kosten over het hele kalenderjaar. 7.. Er worden in de onderneming geen activiteiten verricht die strijdig zijn met wet- en regelgeving. Voor zover passend bij de onderneming meldt parttime ondernemer zich aan voor de Kleine Ondernemersregeling (KOR) van de Belastingdienst. 8.. Als de toestemming wordt ingetrokken dan wordt aan de parttime ondernemer een termijn van 3 maanden gegund voor afbouw en beëindiging van zijn activiteiten.

Rechtspraak bij dit artikel