Naar hoofdinhoud
1.. De volgende directe kosten mogen op de inkomsten in mindering worden gebracht: materiaal- en inkoopkosten die direct en rechtstreeks nodig zijn voor het te leveren product of de te leveren dienst; noodzakelijke reiskosten voor een bedrag van maximaal de hoogte van de belastingvrije kilometervergoeding of de werkelijke kosten van openbaar vervoer. 2.. De volgende niet-directe kosten mogen op de inkomsten in mindering worden gebracht: inschrijfkosten Kamer van Koophandel; kosten van noodzakelijke vergunningen en ontheffingen; reclame- en representatiekosten tot een maximum van 10% van de omzet; kosten van telefoon- en internetabonnement tot 50% van deze kosten, met een maximum van € 25,- per maand aan aftrekbare kosten; administratiekosten van een boekhouder tot maximaal € 300,- per jaar; 3.. De volgende niet-directe kosten mogen, na toestemming vooraf, op de inkomsten in mindering worden gebracht: noodzakelijke investeringen tot maximaal € 500,- per jaar; kosten van een noodzakelijke zakelijke aansprakelijkheidsverzekering; kosten van strikt zakelijke abonnementen tot een bedrag van € 120,- op jaarbasis; noodzakelijke huisvestingskosten voor zover vanuit oogpunt van bijstandverlening verantwoord geacht. 4.. De volgende kosten mogen in ieder geval niet op de inkomsten in mindering worden gebracht: personeelskosten; kosten die in het buitenland zijn opgekomen. 5.. Kosten die niet in lid 1 en 2 zijn opgenomen kunnen alleen na toestemming voordat de kosten worden gemaakt, in mindering worden gebracht wanneer dit naar het oordeel van de medewerker van de gemeente nodig is.

Rechtspraak bij dit artikel