**1..** De handel in drugs, dan wel voorbereidingshandelingen daartoe zijn strafbare feiten op grond van de Opiumwet.
**2..** Als uitgangspunt heeft te gelden dat, in het geval in een woning of lokaal, of op een daarbij behorend erf, een overtreding van de Opiumwet plaatsvindt, de burgemeester gebruik maakt van zijn bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen door de woning of het lokaal voor bepaalde tijd te sluiten.
**3..** In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen overtredingen van de Opiumwet die plaatsvinden in een woning en overtredingen van de Opiumwet die plaatsvinden in lokalen (waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen voor publiek toegankelijke lokalen en niet voor publiek toegankelijke lokalen). Het sluiten van een woning zal in zijn algemeenheid een grotere inbreuk maken op iemand persoonlijke leven dan sluiting van een lokaal (een lokaal wordt immers niet bewoond).
**4..** Bij sluiting van een woning of lokaal wordt de woning of het lokaal voor eenieder ontoegankelijk gemaakt door middel van vervanging van de sloten en verzegeling van alle ramen en deuren.
**5..** Bij sluiting van een woning of lokaal wordt de sluiting, conform artikel 3:16 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 3, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken en het Aanwijzingsbesluit Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken ingeschreven in de openbare registers.
**6..** In het geval van recidive kan de duur of hoogte van de bestuurlijke maatregel worden vermeerderd.
**7..** Met betrekking tot de omschrijving van “het verkopen, afleveren, verstrekken, dan wel daartoe aanwezig hebben” van drugs wordt aansluiting gezocht bij het daartoe gestelde in de Aanwijzing Opiumwet. Dit betekent dat wanneer een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, de burgemeester mag aannemen dat de drugs niet, althans niet uitsluitend, bestemd zijn voor eigen gebruik, maar deels of geheel bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking aan derden.