Hoeveelheid groen in de stad blijft op niveau door het compensatieprincipe
Uitgangspunt is dat het bestaande groen behouden blijft, waardoor het groene raamwerk van Breda ten alle tijden op niveau blijft. Indien het behoud van het bestaand groen niet mogelijk is, geldt het uitgangspunt dat de kwaliteit van het groen op niveau moet blijven. Het verwijderen van groen, of het nu gaat om Structuurgroen of Omgevingsgroen (zie kader), moet ten alle tijden gecompenseerd worden. Binnen het compensatieprincipe (zie kader) wordt er meer flexibiliteit geboden voor het omgevingsgroen in vergelijking met het structuurgroen.
Groenstructuurkaart
De wijze waarop groen gecompenseerd dient te worden, is afhankelijk van het type groen. In het kader van dit compensatieprincipe is al het groen in Breda in kaart gebracht, waarbij twee typen worden onderscheiden.
Structuurgroen: dit betreft al het groen dat op stads-, wijk- of dorpsniveau van belang is. De hoofdgroenstructuur op stadsniveau bestaat uit een groene ring rondom de stad gevormd door het buitengebied en de singels als groene binnenring met diverse verbindingen daartussen in de vorm van beken en parkways. Ook de parken en natuurgebieden in de bebouwde kom maken deel uit van de hoofdgroenstructuur op stadsniveau. De hoofd- groenstructuur op stadsniveau is integraal opgenomen in de Omgevingsvisie Breda 2040. Op wijk- of dorps- niveau wordt de hoofdgroenstructuur aangevuld met de volgende onderdelen:
Parken en groene (woon)hofjes
Groene verbindingen tussen parken en/of (woon)hofjes
Groen langs hoofdwegen, recreatieve verbindingen en/of historische routes
Groene entrees van wijken en buurten
Ecologisch beheerd groen, o.a. plasdras-zones, overgangen tussen water en groen
Groene buffers tussen natuurgebieden en stedelijke functies
Groene buffers tussen hoog- en laagbouw
Groene buffers tussen voor- en achterkanten van woningen en/of bedrijven
Groene identiteitsdragers van bepaalde woonmilieus (bijvoorbeeld de groene bermen in villawijken)
Omgevingsgroen: dit betreft het groen dat met name een lokale waarde heeft (buurtgericht) en van belang is voor de directe omgeving.
Figuur| Hoofdgroenstructuur op stadsniveau
Figuur| Hoofdgroenstructuur stedelijk gebied
Compensatieprincipe
Breda introduceert een compensatieprincipe voor de verwijdering van groen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen structuurgroen en omgevingsgroen.
Compensatie structuurgroen
Compensatie van structuurgroen moet ten alle tijden plaatsvinden binnen of nabij het plangebied om op die manier de structuur, functie en kwaliteit te behouden. De te compenseren waarde zit hem niet in exacte aantallen en zorgt hierdoor voor enige flexibiliteit. Voor bijvoorbeeld de bomen uit de hoofdgroenstructuur moet rekening worden gehouden met de beschikbare groeiruimte. Dit kan betekenen dat er bijvoorbeeld minder bomen worden terug geplant, maar dat de bomen zich beter kunnen ontwikkelen, verder uitgroeien en langer blijven leven. In het kader van de ecologische functie van de structuur kan het echter wel van belang zijn om de aaneengeslotenheid van de bomen, als vliegroute voor vleermuizen, te behouden. Er dient op een integrale manier gekeken te worden naar de waarde, functie en kwaliteit van de huidige structuur om de compensatie te kunnen bepalen.
Compensatie omgevingsgroen
Compensatie van omgevingsgroen moet in principe plaatsvinden binnen of nabij het plangebied, om op die manier de waarde in het gebied te behouden. In geval van beperkte ruimte of probleemsituaties, die ontstaan zijn met de huidige inrichting (bijvoorbeeld wortelopdruk), geldt voor omgevingsgroen dat er gekeken wordt naar alternatieve groene elementen op dezelfde locatie. Het behoud van de waarde van het groen (op het gebied van ecologie, landschap, cultuurhistorie, verkoeling, beeldbepalendheid etc.) is daarbij leidend.
Omgevingsgroen biedt meer flexibiliteit in de openbare ruimte. Ondanks dat de hoeveelheid groen vergelijkbaar moet blijven, kan omgevingsgroen sneller worden vervangen/verplaatst indien dit gewenst is vanuit overige stedelijke opgaven en beheeropgaven (o.a. verleggen van kabels en leidingen, herinrichting straatprofiel, vernieuwen van bestrating of riolering etc.). Voor het omgevingsgroen geldt een lagere levensverwachting en daardoor is een snellere vervangingsronde acceptabel.
Om de groene elementen (omgevingsgroen) in het straatbeeld te behouden, is het mogelijk om voor omgevings- groen technische oplossingen toe te passen en bepaalde risico’s te accepteren. Dit geldt enkel in situaties wanneer het niet mogelijk is om groene elementen in de volle grond te plaatsen in verband met gebrek aan ruimte en alleen in centrumgebieden.
Indien bovenstaande opties niet mogelijk zijn, moet compensatie plaatsvinden op een alternatieve locatie. Er moet daarbij eerst gezocht worden naar een geschikte locatie binnen dezelfde buurt/wijk, voordat alternatieve locaties buiten de directe omgeving kunnen worden ingezet. Ook hierbij geldt dat de waarde die het groen vertegenwoordigt (o.a. het gebied van ecologie, landschap, cultuurhistorie, verkoeling, beeldbepalendheid etc.) op hetzelfde niveau moet blijven.
Groen wordt op een passende wijze gebruikt
Om de waarden van de bestaande en nieuw te realiseren groengebieden op niveau te houden, is het van belang dat deze gebieden op een gepaste wijze worden gebruikt. Via de gebruikersregeling (zie kader) wordt voor het aangewezen gebied bepaald welke vormen van recreatieve activiteiten zijn toegestaan: van wandelen en fietsen tot aan mogelijkheden voor een evenement. Daarnaast worden er ook algemene gebruiksregels opgesteld.
Gebruikersregeling
Breda introduceert een gebruikersregeling om het evenwicht tussen recreatieve activiteiten en groen en natuurwaarden te behouden. Op basis van de hier beschreven uitgangspunten wordt deze gebruikersregeling nader uitgewerkt. In de gebruikersregeling wordt gewerkt met drie sfeercodes:
Rust (groen): de groene rustgebieden in en rondom de stad vormen de locaties waar Bredanaars en bezoekers kunnen ontspannen en/of waar de natuur de ruimte krijgt. In de rustgebieden is slechts extensieve recreatie mogelijk, zoals wandelen, ontspannen en fietsen. In een aantal natuurgebieden is geen recreatie mogelijk of is het natuurgebied gedurende een periode van het jaar (broedseizoen) niet toegankelijk.
Reuring (blauw): de blauwe gebieden worden gekenmerkt door hogere bezoekersaantallen en bieden ruimte aan intensievere vormen van recreatie, waaronder de organisatie van sportevenementen (hardlopen, toertochten e.d.), evenementen gericht op de buurt of wijk en de aanwezigheid van een horecagelegenheid.
Ruis (rood): de rode gebieden worden gekenmerkt door een hoge bezoekersintensiteit in een bepaalde periode (pieken). Bijvoorbeeld bij mooi weer worden gebieden zoals de Galderse Meren druk bezocht door recreanten. Enkele van deze gebieden vormen ook de locaties die zich onder bepaalde voorwaarden lenen voor de organisatie van muziekevenementen. De spelregels voor evenementen zijn verankerd in het evenementenbeleid. Uiteindelijk wordt per evenement maatwerk geleverd.
Figuur| Gebruikersregeling
Aanvullende gebruiksregels
Wandelen en fietsen is over het algemeen overal toegestaan. In natuurgebieden dienen bezoekers gebruik te maken van de hiervoor aangelegde paden (o.a. laarzenpaden). In bepaalde gevallen zijn gebieden geheel niet toegankelijk of slechts in een bepaalde periode.
Loslopende honden zijn enkel toegestaan in de hiervoor aangewezen locaties.
Jacht is enkel toegestaan in de hiervoor aangewezen jachtgebieden. In gemeentelijke natuurgebieden is jacht niet toegestaan, mits op basis van een opdracht vanuit natuurbeheer (dit wordt nader uitgewerkt in een Gemeentelijk Plan Ecologie).
Het is niet toegestaan om afval achter te laten in natuur- en groengebieden; dit geldt ook voor de overige delen van Breda.
Het houden van honingbijen is niet toegestaan in en nabij de aangewezen natuurgebieden en ecologische netwerken (binnen een zone van 100 meter rondom het natuurgebied) in verband met de voedselconcurrentie en de mogelijkheid tot het overdragen van ziekten (dit wordt nader uitgewerkt in een Gemeentelijk Plan Ecologie).
Vissen is enkel toegestaan op de grotere wateren (singels, Mark en Aa of Weerijs) in verband met de aanwezige doorstroming. Op andere locaties is vissen niet toegestaan om vervuiling van het water en verstoring van vogels te voorkomen. De vislocaties en nadere regels worden nader uitgewerkt in een Gemeentelijk Plan Ecologie.
Sturen op nieuwe voorzieningen in de openbare ruimte
De energietransitie, mobiliteitstransitie en digitalisering hebben de nodige effecten op het groen. In de toekomst moet er een groot aantal nieuwe voorzieningen een plek krijgen in de openbare ruimte, zoals trafostations, buurtbatterijen, warmte-koude-opslag-systemen, etc. Om het bestaande groen in de openbare ruimte te beschermen en te sturen op de situering van deze voorzieningen, hanteert Breda een Ladder voor de openbare ruimte. Deze Ladder vormt het afwegingskader voor de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen. Uitgangspunt van dit kader is het onderzoeken van de ontwikkelmogelijkheden voor dergelijke voorzieningen op het eigen terrein of inpandig. Indien dit niet mogelijk is dan kan naar het openbaar gebied gekeken worden. Bij het openbaar gebied geldt dat de realisatie op een verhard oppervlak de voorkeur heeft boven realisatie in het groen. Op deze manier wordt het groen beschermd.
Bescherming van Rode Lijst soorten
Breda heeft een taak als het gaat om het beschermen van zeldzame soorten (zie bijlage 1). Bovenop deze wettelijke verplichting heeft Breda de ambitie om de Rode Lijst soorten te beschermen door bij ruimtelijke ontwikkelingen dezelfde eisen op te leggen als de eisen die gelden voor de wettelijk verplichte soorten. Dit betekent onder andere de verplichting aan te tonen dat de geplande ontwikkeling niet tot schade leidt en/of overlast veroorzaakt voor de Rode Lijst soorten en hun leefgebied.
Groen wordt op een duurzame wijze beheerd
Naast bescherming is het essentieel dat het groen op een duurzame wijze wordt beheerd. Via een passend beheer wordt de kwaliteit van het bestaande ecologisch en cultuurgroen verhoogd en wordt voorkomen dat er op een later moment grootschalig onderhoud of vervanging nodig is. Ook in relatie tot het voorkomen van exoten, zowel planten als dieren, is een adequate beheerstrategie (plaagbestrijding) essentieel.
Voor het beheer van het gemeentelijk groen is enerzijds het Gemeentelijk Plan Bomen opgesteld, dat in de loop van 2021 wordt geëvalueerd en geactualiseerd, en wordt anderzijds een Gemeentelijk Plan Ecologie opgesteld. In het Gemeentelijk plan Ecologie wordt onder andere aandacht besteed aan het ontwikkelen van een monitorings- programma voor soorten, het voorkomen van exoten en plagen, de bescherming van de rode lijstsoorten en het bij-vriendelijk berm- en slootbeheer.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
Doelen
Onderdeel van Bredaas Groenkompas, Koers naar de eerste Europese stad in een park 2021-2030