Deze verordening bevat regels en criteria over vergoeding van noodzakelijke vervoerskosten door burgemeester en wethouders ten behoeve van het schoolbezoek. Burgemeester en wethouders hanteren daarbij als uitgangspunt dat een kind recht heeft op passend onderwijs en dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor het schoolbezoek van hun kind. Onder omstandigheden kan het nodig zijn om een (aanvullende) vervoersvoorziening in de vorm van leerlingenvervoer toe te kennen. Het gaat dan om het goedkoopst passend vervoer van de woning van de leerling dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Hiertoe verrichten burgemeester en wethouders in ieder geval onderzoek naar de individuele situatie van de leerling. Voor zover dit nodig is om de aanspraak op leerlingenvervoer te beoordelen strekt het onderzoek zich uit naar de omstandigheden in het gezin en/of de inkomenssituatie van ouders.